Zo'n maand geleden kocht ik in de Albert Heijn een muntplantje. Je weet wel, die kruidenplantjes die je in de groenten- en fruitafdeling vindt en waar zo'n achttal lange stengels met blaadjes aanzitten, en dit alles in een veel te klein bloempotje waardoor je weet dat je plantje na een week sowieso de geest zal geven. Dié plantjes. En omdat ik dit in een ver verleden al vaak had meegemaakt (en gewoon elke week een nieuw plantje kocht, go figure...!) leek het me nu wel wijs om dat muntplantje meteen te verpotten naar een grote bloempot en die op mijn terras te zetten. Dit deed ik uiteraard pas nadat ik er al veel munt had afgeknipt (waarmee ik trouwens lekkere ijsthee had gemaakt!), waardoor de stengels helemaal niet meer zo lang waren als eerst.
Mijn verwachting was dat, eens het plantje in nieuwe potgrond zou zitten, de stengels wel snel zouden opschieten. Helaas, niets bleek minder waar te zijn. Het duurde, en duurde, en duuuuuuuurde... alsof er helemaal niets leek te gebeuren. Zelfs drie weken later waren er nog altijd geen lange stengels, en vroeg ik me af wat er gaande was met Mevrouwtje Munt. En dus ging ik haar eens van dichterbij bekijken. Wat bleek nu? Ze had die drie weken lang heel erg hard gewerkt, maar alles was 'ondergronds' gebeurd, op het eerste zicht verborgen voor de minder oplettende medemens (ikzelf, dus). In de pot zelf zag je waanzinnig veel nieuwe stengels, wortels die er al onderuit leken te komen, en gewoon een heel dik 'bos' aan munttakken. Het is gewoon wachten - lang wachten, zo blijkt - tot ik er echt de vruchten van kan plukken en heel der stengels kan afknippen om nieuwe (ijs)thee van te maken.
Ik besefte dat de manier waarop mijn muntplant te werk gaat, ook de manier is waarop ik vandaag in herstel ben, maar dat dat tot een jaar geleden wel echt helemaal anders was.
Toen ik meer dan vijf jaar geleden in herstel kwam en mijn twaalfstappenwerk begon, was ik als een plant die heel snel opschoot, en zelfs heel veel vrucht leek te dragen, maar uiteindelijk toch afstierf. Ik deed heel veel, al van in het begin. Stappenwerk met mijn sponsor, elke dag meetings bijwonen (op de computer, dus een uur lang de prikkels van Zoom, omdat ik het 'echt goed wilde doen' en gewoon deelnemen via de smartphone zonder video geen optie voor mij was), en al meteen ook service. Meetings voorzitten, tech host zijn in Zoom meetings, screensharen, en later ook secretaris van mijn fysieke meeting zijn, afgevaardigde van mijn lokale groep voor Vlaanderen, later ook afgevaardigde van Vlaanderen in onze Europese regio, nieuwe meetings opstarten, literatuur vertalen, veel te veel sponsees hebben (vrouwen waarvan ik sponsor ben), online workshops geven, enz enz. Ik schoot pijlsnel op en droeg veel vrucht, en in ruil daarvoor kreeg ik een goed gevoel (want mensen helpen en dienstbaar zijn voelt gewoon echt heel goed!), veel bewondering, en een lijf dat doodop was en het uiteindelijk opgaf. Dat gebeurde precies een jaar geleden, in mei 2025. Ik was op. Op, op, op, op. Ik was moe, doodmoe, en ben dat tot oktober geweest. Ik had brain zaps en ik was duizelig. Mijn hele lijf schreeuwde: STOP. En op dat punt kon ik niet anders dan ernaar te luisteren. De vier jaar ervoor kon ik het nog een beetje negeren. 'Het is maar vermoeidheid, een dag rusten en ik ben er weer door' of 'Ik heb nu een leeg weekend, en daarna kan het wel weer'. Deze vlieger ging nu niet meer op, en ik moést rusten. Van eind mei tot half oktober heb ik het heel kalmpjes aan gedaan (waaraan mijn geweldige Five year diary me stilletjes aan begint te herinneren, trouwens).
Wat ik heb gemerkt nadat ik het rustiger aan ben gaan doen? Dat de wereld ook zonder mij doordraait. Straf, hé? Verslagen werden gewoon door iemand anders getypt en ook meetings functioneerden perfect zonder mijn aanwezigheid. Wat ik ook merkte is dat er meer rust in mijn ziel kwam, waardoor ik plots een veel zachtere en lievere tante, zus, dochter, vriendin en sponsor was. En ik begon ook meer te genieten van mijn eigen aanwezigheid. Vandaag ervaar ik sereniteit en vreugde, spendeer ik veel meer tijd met God, en geniet ik ervan om niet meer de hele tijd gezien te willen worden door Jan en alleman door kei hard te werken. Nee, ik ben geliefd om wie ik bén, niet om wat ik doe.
Het afgelopen jaar is er, net zoals bij mijn muntplant, veel ondergronds gebeurd. Ik draag geen 'zotte vruchten' meer, maar ik heb wel diepere wortels gekregen. Hierdoor ben ik ook meer open gaan staan voor wat God eigenlijk voor me wil. Alsof er eerst goede en stevige wortels moesten zijn, voor de vruchten konden groeien. Die vruchten zijn vandaag anders dan vroeger. Minder 'groots' (geen Europese vergaderingen meer), maar wel veel juister voor mij. Ik doe dingen die goed zijn voor mij én voor anderen, en niet meer enkel het laatste. Op het eerste zicht is het niet indrukwekkend, maar eigenlijk is het dat wel, want mijn 'fundering' zit juister. Geen lange, lege stengels meer, maar korte, volle stengels met smaakvolle blaadjes aan. Want dat wat ik doe, is door God gegeven, en is daardoor juist. Geen brain zaps, duizeligheid of vermoeidheid meer. Maar wel rust, herstel en de juiste dingen doen, thanks be to God.
Reacties
Reactie plaatsen