From Anxious Caterpillar to Free Butterfly

Thursday morning. I woke up, and before I even fully opened my eyes, I already heard it hitting the roof of my patio: it was pouring cats and dogs! I let out a deep sigh because I knew I’d have to bike through it that day, and that thought didn’t exactly make me thrilled. I secretly hoped the weather app would tell me the rain would pass quickly, but no such luck—it was going to rain all day. So after breakfast and meditation, I decided to put on my big girl pants and just go for it. Armed with my waterproof biking gloves, two pairs of socks, rain boots, rain pants, and a raincoat, I braved the wind and rain and got my errands done.

Lees meer »

Van angstige rups naar vrije vlinder

Donderdagochtend. Ik werd wakker, en voor ik mijn ogen goed en wel open had, hoorde ik het al op het dak van mijn terras: de regen viel met bakken uit de lucht! Ik slaakte een diepe zucht, want ik wist dat ik er met de fiets door zou moeten, en dat idee maakte me niet opvallend blij. Ik hoopte nog stiekem dat de KMI-app me zou vertellen dat de regen snel over zou zijn, maar helaas pindakaas, het zou de hele dag regenen. Dus na mijn ontbijt en meditatie besloot ik maar om mijn grotemeisjesbroek aan te trekken en er gewoon voor te gaan. Gewapend met mijn waterdichte fietshandschoenen, twee paar sokken, regenbotjes, -broek én -jas trotseerde ik de wind en regen, en deed de boodschappen die ik moest doen. Ik had verwacht dat ik het vreselijk zou vinden in die regen, maar gek genoeg was dat helemaal niet zo. Ik genoot van het buiten zijn, van de muziek in mijn oren, van de lichaamsbeweging. Dus eens ik had gedaan wat ik moest doen en eigenlijk naar huis zou fietsen, voelde ik dat ik hier veel te veel van genoot en de pret nog even wilde verlengen. Ik besliste naar de stad te fietsen en daar nog een paar dingetjes te kopen die sowieso op mijn niet-zo-dringend-te-kopen-lijstje stonden. Onderweg regende het als gek en fietste en zong ik de longen uit mijn lijf. Mensen keken soms wel eens op, maar dat kon mij nu eens minder dan niks schelen: ik was 100% in the zone, gelukkig en mezelf. Hoe lang dat geleden was dat ik me zo gevoeld heb, kan ik niet zeggen (of eigenlijk wel, het was van begin augustus geleden!). Ik was heel blij en voelde hoe ik niet high, niet low, maar gewoon mijn ware zelf was. Happy, joyous en vooral: free.Eens thuisgekomen - ondertussen twee uur later en helemaal doorweekt, ondanks al mijn geweldige maatregelen - besloot ik om de pret te verlengen, maar deze keer in een iets rustigere variant. Ik trok mijn nieuwe thermosokken aan (die ik net in de stad had gekocht!), maakte mezelf een verse haardvuurthee, zette mijn elektrisch deken aan en plofte me in de zetel om te tekenen. Terwijl ik dat deed werd ik opnieuw overspoeld door een douche van geluk: dit is hét. Dít ben ik. Dit is mijn ware ik, mijn pure ik, puur geluk. Ik sloot even mijn ogen en nam het moment helemaal in me op. Het was zo mooi, zo eenvoudig, zo puur.

Lees meer »

Leven in overgave

Voor het eerst in bijna een jaar besloot ik onlangs om een viering in een kerk bij te wonen. Niet meer in de katholieke kerk zoals voorheen, maar in een 'interkerkelijke gemeenschap'. Nu goed, welke naam het kind heeft maakt volgens mij niet zoveel uit, het punt was dat ik nog eens ondergedompeld werd in religie. En religie, daarvan weet ik goed genoeg, wérkt niet voor mij. En toch ben ik naar die kerk beginnen gaan, en ook enkele weken blijven gaan. Ik vond het fijn om bij andere christenen te zijn, en vooral om meer mensen rondom mij te hebben. Toch had het een onmiskenbaar negatieve impact op mij: ik voelde me namelijk bijna constant high. High van dopamine, van spirituele bliss, en ook van 'connect with me and make me whole'. Geen goede combinatie, en dus geen goede ervaring (hoe 'goed' het soms ook voelde!). Want hoe meer ik me zogezegd vervuld voel van Gods oneindige liefde, hoe minder ik effectief in overgave blijk te zijn. Dan voel ik me constant high, en dénk ik er zelfs niet meer aan om mijn wil en mijn leven aan God te geven. Toch is het net dat, naar mijn ervaring, waar het hele spirituele leven om draait. En als ik niet meer elke kleine beslissing aan God voorleg, dan ga ik de mist in. Dan doe ik dingen die ik niet wil doen, en die slecht voor me zijn. En ik ben daar niet de enige in. Ik heb de afgelopen week meerdere ervaringen gehoord van andere kerkgangers, en die vertelden me allemaal hetzelfde: super gelovig, super actief in de kerk of in het Bijbellezen, maar daarnaast nog altijd actief in hun verslaving. Dan doe ze dingen die ze eigenlijk helemaal niet willen doen en hen ten diepste pijn en verdriet doen. Drie mensen op enkele dagen tijd die me dit persoonlijk vertelden. En ik begrijp het. Ik begrijp hen. Ik ben namelijk précies hetzelfde. Hoe groot mijn geloof ook is, en hoe graag ik me ook zou willen omringen met andere mensen die datzelfde geloof aanhangen, toch laat ik me elke keer vangen aan spirituele bliss en dan doe ook ik dingen die ik niet wil doen, terwijl er met de mate van mijn geloof - net als bij die anderen! - helemaal niets mis is. Deze keer was het door veel 'Bijbelinput', maar een paar maanden geleden was het door uren per dag te mediteren en zo ook in diezelfde bliss te verkeren. Die spirituele bliss voelt heel goed, voelt als een mountain top experience, als een 'dronken zijn van Gods liefde'. Maar als ik daarin zit, dan maak ik onbewust geen ruimte meer voor wat ik echt voel en is er ook geen overgave, transformatie of heling. Alles is dan alleen meer goed en leuk, en normale dingen ervaar ik dan als 'saai of burgerlijk'. Het is een leven dat ik herken van vroeger, en dat goed noch juist was. Het durven toelaten van wat ik echt voel is de enige manier om verder te gaan, om verder te groeien. Dat betekent dat ik elke dag, elk moment opnieuw, mezelf wil afvragen wat Gods wil voor mij is en dat ik daar ook naar handel. Voor mij is dat de betekenis van waar geloof, van ware spiritualiteit. Daarin ben ik natuurlijk niet alleen. Jezus zelf heeft het ons namelijk al duizenden jaren geleden voorgedaan. It's what the spiritual life is all about. Miljoenen mensen ter wereld leven daarom ook op die manier. Sommigen slagen er wel in door dat in religieuze instellingen te doen (hats off to them!), anderen doen dat in hun respectievelijke twaalfstappengemeenschappen, en dan zijn er nog vele anderen die er op heel andere manieren in slagen om hetzelfde te doen. Zelf blijk ik het niet te kunnen als religie involved is, en zonder de twaalfstappengemeenschap blijk ik het ook niet te kunnen (been there, done that!). Ik heb het nodig om elke dag omringd te zijn door mensen die hun wil en hun leven aan God proberen te geven, en die in alle eerlijkheid en openheid delen met hoeveel vallen en opstaan dat gepaard gaat, maar die tegelijk ook getuigen hoe rewarding dat proces wel niet is. (Lees verder onder de pin)

Lees meer »

Do I Dare to Slow Down Again?

I am tired. God, I am so tired. For two whole months now, I’ve been running around like a chicken with its head cut off, simply because I feel like I have no other choice. If I sit down, I cry. No, that’s putting it too beautifully. I break. Or rather, I think I’m going to break—it's more like that. My pain is too big, too unbearable. And so, I just keep moving. The things I do then seem really constructive at first glance, really good, and that’s also the lie I tell myself at the time. I’m just young—36, not 70. I’m finally living again. But it’s too much, and I’m tired. Scared and tired. I’ve been spending more time downtown again—all for constructive purposes, sure—especially at night. The power of a city at night is not to be underestimated. I can feel it pulling at me; I feel the trauma waking up again. Because in that city, during those nights, I went through terrible things. The city scares me. Not during the day anymore, though it used to be that way too. But at night, the city still terrifies me.

Lees meer »

Durf ik weer tot rust te komen?

Ik ben moe. God, wat ben ik moe. Al twee maanden lang ben ik aan het rondrennen als een kip zonder kop, gewoonweg omdat ik voel dat ik geen andere keuze heb. Als ik ga zitten, dan huil ik. Nee, dat is te mooi verwoord. Ik breek. Of ik dénk dat ik ga breken, eerder dat. Mijn pijn is te groot, te ondraaglijk. En dus blijf ik maar bezig. De dingen die ik dan doe lijken op het eerste zicht heel constructief, heel goed, en dat is ook de leugen die ik mezelf dan vertel. Ik ben gewoon jong, 36, geen 70. Ik lééf eindelijk weer eens. Maar het is teveel, en ik ben moe. Bang en moe. Ik ben weer vaker in de stad te vinden - allemaal voor constructieve doeleinden, dat wel - en dit vooral 's avonds. De kracht van a city at night is niet te onderschatten. Ik voel het aan me trekken, ik voel het trauma weer wakker worden. Want in die stad, in die nachten, heb ik vreselijke dingen meegemaakt. De stad maakt me bang. Overdag niet, dat niet meer, ook al was dat eens anders. Maar 's avonds maakt de stad me nog steeds bang.Het gaat de laatste tijd moeilijk met me. Ik ben in overlevingsmodus, en probeer er het allerbeste van te maken. Ik doe vanalles om niet te moeten voelen, maar het begint zich op te breken. Ik heb ook al wekenlang niet meer geborduurd, en dat is niet goed voor mij. Het ging gewoon niet meer. Ik had zoveel energie in mijn lijf zitten, dat borduren te rustig was. En als ik mezelf dwong om het te doen, om tot rust te komen, dan huilde ik. De pijn was te groot. De pijn is te groot.Ik heb gisteren beseft hoe ik uit alle macht geprobeerd heb om de regie over mijn leven te houden. Door financiële verantwoordelijkheid te nemen, door sociaal te doen en uit mijn kot te komen. Maar man, ik voel me moe, en onveilig. Ik voel me emotioneel onveilig. Ik verlang naar rust. Rust, rust, rust. Laat me met rust. Maar niet teveel, want dan voel ik me weer alleen. Dan wordt mijn veilige nest weer een gevangenis, en dat is dan ook weer niet de bedoeling. Soms heb ik eens van die buien, van die vlagen. Dan denk ik dat ik meer sociaal contact moet hebben, dat ik meer mensen moet zien. Dan doe ik dat, en voel ik me goed. Levend, levendig, springerig levend, springlevend. Mensen applaudisseren daar dan ook voor. 'Goed zo, Nathalie! Goed dat je uit je kot komt!'. Ze hebben dan gelijk, want ze zien een blije, levendige, ik. Maar niemand ziet de kost daarvan. Want de prijs van sociaal doen, van 's avonds buitenkomen en dan urenlang nodig hebben om mijn hoofd tot rust te krijgen en niet voor 1u in bed te kunnen liggen (ook al was het samenzijn, zelfs een doodbrave bijbelstudiegroep, om 21u gedaan), is hoog. Té hoog? Misschien moet ik leren stappen voor ik kan lopen. Want de laatste weken heb ik véél gedaan, veel veranderd. Hetgene dat me overdag het meest heeft beziggehouden, druk heeft laten zijn zodat ik niets moest voelen, heb ik gisteren losgelaten. Ik ben er klaar mee, ik wil weer rusten. Ik heb gisteren weer geborduurd. Een totebag met plantjes erop. Het was eerst een halfuur leuk, deugddoend en rustgevend. Fijn, tof, goed. En toen kwamen de tranen. Het verdriet, de pijn. Het kwam er allemaal uit. En dat suckt. Maar het is nodig, want ik kán niet meer. Het moet eruit komen. Het moet gevoeld en doorleefd worden. Ik kan niet blijven rondlopen als een kip zonder kop.Ik heb nu ook elke week twee nieuwe social events: een (voor mij) nieuwe kerk, en die home group (de bijbelstudie van hierboven). Super tof, leuk, deugddoend. Maar ook veel prikkels. Veel om te zien, te horen, te voelen, te verwerken. Te veel? Ik weet het niet. Misschien ga ik het beter kunnen verwerken als ik overdag weer tot rust leer te komen. Andere mensen zijn niet zoals mij. Andere mensen gaan werken, sporten, spreken af met vrienden. Maar ik ben niet 'andere mensen'. Ik ben Nathalie, een PTSS'er. Dat is niet niks, en vooral iets om aandacht aan te blijven besteden. Want als ik het niet doe, dan stel ik gedrag dat niet goed voor mij is. Dan fluistert mijn verslaving me allerlei leugens in de oren, en ga ik ernaar handelen ook. Ik heb het de laatste week gedaan, en het is niet goed. Het zijn alarmbellen die afgaan, maar die ik negeer en rationaliseer. Maar niet meer. Ik ben moe, leeg, op. Gisteren legde ik mijn muizenissen, verdriet en angsten voor aan een vriendin in mijn twaalfstappenprogramma, en aan het einde van ons gesprek zei ze: 'This is a victory story!'. Ik voelde me niet zo, maar ik weet dat ze gelijk heeft. Waarom? Wel, ik zou me evengoed kunnen laten neerhalen door mijn huidige omstandigheden. Hoeveel mensen zouden in mijn situatie niet gaan drinken, druggen, of looking for love in all the wrong places? Velen, dat kan ik je zeggen. En ja, ik ben moe, maar al bij al sta ik nog redelijk goed overeind, want ik heb geen van al deze dingen gedaan. Ik trek hier nu de lijn, voor ik het wél zou gaan doen.Het is tijd om terug in mijn nestje te kruipen. En als het kan, als de energie er is, dan vlieg ik er wel weer eens uit. Maar voor nu heb ik die veiligheid wel weer even nodig. En ik héb die, ik kén die. Hier heb ik jaren aan gewerkt. Mijn Vlieseline, die ken ik!  Eén van mijn nieuwe Vlieselinnetjes is trouwens tekenen. Ik ben een tijdje geleden gewoon begonnen met YouTube-filmpjes erover te bekijken, ben in de Action een schetsboek en in de AVA enkele pennetjes gaan kopen, en ik ben gewoon begonnen. Ik vond het super leuk en ontspannend, maar ook hiervoor durfde of wilde ik de afgelopen weken weinig tijd maken. Het was te traag, teveel slowing down, en dat voelde emotioneel als te bedreigend. Maar gisteren, na het borduren, heb ik nog eens getekend. Voor het eerst geen urban sketching, geen gebouwen, maar wel een vrolijke beer! Dat beest tekenen maakte me blij! Tekenen is dus zeker een tool die ik toevoeg aan mijn toolkit. Het is ook echt iets dat me rustig maakt, in tegenstelling tot alle andere destructieve copingmechanismen die ik de laatste tijd heb ingezet. Misschien kan ik binnenkort zelf ook weer even blij als mijn beer door het leven gaan?  

Lees meer »

Am I Even Worth It?

A few weeks ago, I decided to sell the many, many scarves I’ve crocheted over the years. I listed them on several online platforms, and on our local neighborhood app, one specific scarf quickly caught people's eye. I have to admit: it was a beautiful scarf. Gorgeous, warm colors, and a really practical design. I had poured a lot of time and love into it, and it felt great that people recognized that. The first woman who messaged me to buy it asked how much I wanted for it. I replied that 12 euros seemed fair to me, and asked if she agreed. Her response caught me completely off guard: "No, that’s way too low. I think 20, or maybe even 25 euros, is a much fairer price. When can I come pick it up?"What she said really touched me. I knew she was right, but why does someone else have to tell me that? Why can’t I see it myself? Why do I undervalue my own skills and the hard work I put into it (which is about 20 hours per scarf on average, depending on the length and the stitch)? Why do I feel like I shouldn't accept 20 euros, but 12 is fine? Why do I grant myself so little?Yesterday, I had an experience that made me ask myself the exact same question. I was walking to the grocery store, and because I wanted to enjoy some nature and get some exercise, I decided to take a detour through the park. On my way there, as I was crossing the street, I suddenly spotted a five-euro bill lying right in front of me. To be honest, I had absolutely no idea what to do with it... My instinct was to just leave it there for someone else to find, so it could make their day. Taking it myself felt a bit like... stealing. Yet, if someone else were to find it and pick it up, I’d say, "Good for you! Enjoy it!" But apparently, I can't say that to myself. I bent down, picked it up, and decided to slide it into my pocket for the time being. I continued my walk and started praying about it ("Walk and talk," as I sometimes hear people say). I told God that if there was someone begging at the entrance of the grocery store, I would give it to them. That way, maybe they could buy something nice to eat. Honestly, I could almost hear God say: “Nathalie, you have to scrape together every single cent because you’ve given way too much away to others in the past—because you couldn't receive it, because you didn't think you were worthy. Sometimes you want to buy meat but you can't, so you end up eating eggs yet again. Now please, please, please (!), go into that store AND BUY YOURSELF SOME FOOD! Don't you dare give it to someone else! I put this here for you to find. Please, accept My love and this gift from Me.”Ugh. What an internal battle followed. Because do I even deserve something like that? I don’t think so. Well, I decided to make a deal with God: if someone is begging out front, I will pray about it again. If there’s no one there, I’ll use it to buy food for myself.Surprise, surprise: there was no beggar outside the store. I used the money to buy a pack of chicken breasts on clearance, which meant I only had to pay an extra 1.5 euros out of pocket. I must admit, I felt a little ashamed when I handed the money to the cashier. But that evening, as I ate the chicken, I mostly felt incredibly blessed and loved. That chicken was a gift for me. And no matter how I feel about it, I just have to accept it and let it fill me up—both with the chicken and with God's love and protection, in this case!After my walk, I had two long, deep phone calls. Both conversations lasted an hour or more, and with both people, I heard the exact same pain, the same sadness, and the same question surface: "Am I even worth it?" From a distance, because I am not them, nor am I their past or their wounds, I can say with absolute conviction: "Yes, you are worth it! You are worth it a thousand times over! You deserve to be surrounded by good people, to receive love, and to take good care of yourself. Of course you are worth it!"When I tell them that, I do it with so much conviction. I mean it with every fiber of my being. But why can't I say that to myself? And why can't they say it to themselves?

Lees meer »

Ben ik het wel waard?

Enkele weken geleden besloot ik om de vele, vele sjaals die ik in het verleden heb gehaakt, te verkopen. Ik plaatste ze op meerdere online platformen, en op het lokale buurtplatform kwam er al snel aandacht voor één specifieke sjaal. Ik geef toe: het was een schooneke ook. Mooie, warme kleuren, en een handig model. Ik had er veel tijd en liefde ingestoken, en het was leuk dat mensen in staat waren om dat te erkennen. Degene die me het eerst liet weten dat ze de sjaal wilde kopen, vroeg me hoeveel ik ervoor wilde krijgen. Ik antwoordde haar dat 12 euro me wel correct lijkt, en of ze daarmee akkoord was? Haar antwoord verbaasde me: 'Nee, dat is veel te weinig. Ik vind 20 euro, of misschien wel 25 euro, een veel correctere prijs. Wanneer zou ik hem kunnen komen ophalen?'Wat ze zei, raakte me. Ik wist dat ze gelijk had, maar waarom moet iemand anders me dat zeggen en kan ik dat zelf niet? Waarom onderschat ik mijn vaardigheden en de arbeid die ik erin had gestoken (wat gemiddeld zo'n 20 uur per sjaal is, afhankelijk van de lengte en de steek)? Waarom vind ik dat ik geen 20 euro zou mogen ontvangen maar wel 12? Waarom gun ik mezelf zo weinig?Gisteren had ik een ervaring die me dezelfde vraag deed stellen. Ik wandelde naar de supermarkt, en omdat ik zin had in zowel natuur als lichaamsbeweging, besloot ik een omweg langs het park te maken. Op weg naar het park stak ik de straat over, en plotseling zag ik vlak voor mijn neus een briefje van 5 euro liggen. Eigenlijk wist ik totaal niet wat ik daarmee moest doen... Wat ik instinctief wilde doen was het laten liggen om het door iemand anders te laten vinden, zodat die er gelukkig van zou worden. Het zelf meenemen voelde een beetje als... diefstal. Terwijl, moest iemand anders het vinden en meenemen, dan zou ik zeggen: 'Goed voor jou! Geniet ervan!', maar tegen mezelf kan ik dat dan blijkbaar niet. Ik bukte me, nam het op, en besloot om het voorlopig in mijn broekzak te steken. Ik vervolgde mijn wandeling, begon erover te bidden ('Walk and talk', zoals ik iemand soms hoor zeggen), en zei tegen God dat, als er aan de ingang van de supermarkt iemand zou zitten bedelen, ik het aan die persoon zou geven. Zo kan die er misschien iets lekkers mee te eten kopen. Echt waar, ik hóórde God bijna zeggen: 'Nathalie, je moet zelf elke cent bij elkaar scharrelen omdat je in het verleden veel te veel hebt weggegeven aan anderen, omdat je het niet kón aannemen, omdat je jezelf niet waardig vond. Je wil soms vlees kopen en dan kan je dat niet, en dan eet je weeral eieren. Ga nu alsjeblieft, alsjeblieft, alsjeblieft (!), naar de winkel EN KOOP ER ZELF ETEN MEE! Dúrf het eens aan iemand anders te geven! Ik heb dit hier voor jou gelegd zodat jij dit zou vinden, alsjeblieft, neem Mijn liefde en dit geschenk dan ook van Mij aan'. Ugh. Wat een intern gevecht volgde daarop. Want verdien ik zoiets wel? Ik geloof van niet. Nu goed, ik besloot een deal met God te sluiten: als er iemand zit te bedelen, dan zal ik er opnieuw over bidden. Zit er niemand, dan koop ik er zelf eten van.Surprise, surprise: er zat geen bedelaar voor de winkel. Ik heb er zelf een pak kippenborstfilets in snelverkoop mee gekocht en moest daardoor nog maar 1,5 euro opleggen. Ik moet zeggen dat ik me een beetje schaamde toen ik het geld aan de kassierster gaf, maar toen ik 's avonds de kip opat voelde ik me vooral heel gezegend en geliefd. Die kip was een geschenk voor mij, en wat ik daar ook van vind, ik moet het gewoon aannemen en mezelf ermee laten vullen (met zowel de kip als met Gods liefde en bescherming, in dit geval!).Na mijn wandeling had ik twee lange en diepgaande telefoongesprekken. Beide gesprekken duurden een uur of langer, en bij beide gesprekspartners hoorde ik dezelfde pijn, hetzelfde verdriet, dezelfde vraag opduiken: 'Ben ik het wel waard?'. Vanop een afstand, omdat ik niet hen, hun verleden, hun kwetsuren ben, kan ik met veel overtuiging zeggen: 'Ja, jij bent dat waard! Jij bent het dubbel en dik waard! Jij bent het waard om omringd te worden door goede mensen, om liefde te ontvangen en goed voor jezelf te zorgen. Natúúrlijk ben jij dat waard!'.Als ik dat tegen hen zeg dan doe ik dat met veel overtuiging. Ik meen wat ik zeg, met elke vezel van mijn lijf. Maar waarom kan ik dat niet tegen mezelf zeggen? En waarom kunnen zij dat niet tegen zichzelf zeggen?

Lees meer »

Built on a Rock

About two weeks ago, I wrote about my time on the psychiatric ward back in 2020, and about how incredibly empty I felt when I first walked in there. I was suicidal and at the end of my rope. I had completely lost track of who I was, yet the psychologist asked me to write down five things I liked every single day for a week. Me—the then-completely-emptied-out-box-Nathalie—had to somehow conjure up 35 things out of thin air that I liked. It felt impossible, but surprisingly, I was able to do it. I remember those papers hanging on the wall of my hospital room—divided into days and, of course, neatly numbered—inviting me to jot something down whenever a thought crossed my mind.After writing that blog post recently, I suddenly felt called to repeat this exercise, but this time a more extensive, deeper version of it. We are almost seven years down the road for a reason, after all! I grabbed two sheets of paper, a pen, and a roll of washi tape, and wrote down:

Lees meer »

Op een rots gebouwd

Zo'n tweetal weken geleden schreef ik over mijn opnames op de PAAZ in 2020, en over hoe ongelooflijk leeg ik daar ben binnengegaan. Ik was suïcidaal en aan het einde van mijn Latijn. Ik wist helemaal niet meer wie ik was, en toch vroeg de psychologe me om een week lang elke dag vijf dingen op te schrijven die ik leuk vond. Ik, toen-nog-volledig-leeggemaakte-doos-Nathalie, moest 35 dingen uit mijn hoed zien te toveren die ík leuk vond. Het leek onmogelijk, maar verrassend genoeg was ik in staat om het te doen. Ik herinner me dat die papieren - onderverdeeld in dagen én uiteraard netjes genummerd - aan de muur in mijn ziekenhuiskamer hingen en ik hierdoor werd uitgenodigd om telkens iets op te schrijven als ik ergens aan dacht. Na het schrijven van die blogpost voelde ik me plotseling geroepen om deze oefening te herhalen, maar deze keer een uitgebreidere, diepere versie ervan. We zijn bijna zeven jaar verder voor iets, natuurlijk! Ik nam twee papieren, een pen en een rolletje washitape, en schreef neer: - Mijn talenten (met 30 nummertjes en dus evenveel mogelijke talenten!)- Mijn voorkeuren: wat vind IK leuk? (ook 30)- Wie ben ik? (15)- Mijn valkuilen (15)

Lees meer »

More Than Just Sand

Somewhere, far away, there are two countries that live peacefully side by side. The residents of these countries are free to cross the border to travel, work, or do whatever they like in their neighboring country, but they are not allowed to bring any goods from one nation to the other. Because of this, their belongings are strictly inspected at every border crossing. One day, a man arrives at the checkpoint. He wants to travel from one country to the other by bicycle. On the back of his bike, he has a bag of sand."What do you have there on your bike?" the border guard asks."A bag of sand," the citizen replies."That’s it? Sand? You understand that we have to thoroughly inspect this bag for contraband, right?""Of course. Go right ahead.The border guards check the bag but find nothing but actual sand. They decide that transporting it is harmless, so they allow the man to cross the border. The next day, the exact same thing happens. The border guards give the citizen a strange look. "Do you have another bag of sand with you today?" they ask. "Indeed I do," the man replies. Once again, the border guards sift through the entire bag but find nothing but sand. They decide to let him through again.The day after that, the exact same thing happens, and by now, the border guards are getting suspicious. They decide to scan the bag with special equipment, but even then, they find absolutely nothing but sand, so they let him pass once more. This scenario repeats itself day after day, week after week, month after month. Every single day, the guards scan the bag of sand, find nothing, and conclude that the citizen isn't doing anything illegal.After a year, the citizen says, "Guys, I have good news. Today will be the last day I cross the border. You won't have to inspect anything anymore!" The border guards look at him and ask why on earth he transported a bag of sand every single day. Was there really nothing else inside but sand? The citizen replies, "Oh, it really was just sand; there was absolutely nothing else in there. But because you were so focused on that bag of sand, I was able to smuggle a bicycle across the border every single day for a year!"

Lees meer »

Meer dan zand

Ergens, heel ver weg, zijn er twee landen die vredig naast elkaar leven. De inwoners van deze landen mogen vrij de grens oversteken om naar hun buurland te reizen, er te werken of wat dan ook, maar ze mogen geen goederen van het ene land naar het andere land brengen. Bij elke grensovergang worden hun bezittingen dan ook streng gecontroleerd.Op een dag komt er een man aan de grensovergang aan. Met de fiets wil hij reizen van het ene naar het andere land. Achteraan op zijn fiets heeft hij een zak zand. 'Wat heb je daar op je fiets?', vraagt de grenswachter.'Een zak zand,' antwoordt de burger. 'Dat is alles? Zand? Je begrijpt dat wij deze zak volledig moeten controleren op illegale waren, niet?''Tuurlijk. Doe maar.'De grenswachters kijken de zak na, maar vinden niets anders dan effectief zand. Ze beslissen dat het vervoeren daarvan in principe geen kwaad kan, en laten de man toe om de grens over te steken. De dag erna gebeurt precies hetzelfde. De grenswachters kijken de burger vreemd aan. 'Heb je nu weer een zak zand bij?', vragen ze. 'Inderdaad,' antwoordt de man. De grenswachters doorspitten weer de hele zak maar vinden niets anders dan zand. Ze besluiten om hem weer door te laten.De dag erna gebeurt precies hetzelfde, en het begint de grenswachters ondertussen toch verdacht te lijken. Ze besluiten om de zak te scannen met speciale apparatuur, maar kunnen ook nu helemaal niets anders vinden dan zand waardoor ze besluiten om de man toch weer door te laten. Dit scenario herhaalt zich dagen, weken en maanden na elkaar. Elke dag opnieuw scannen de grenswachters de zak zand, kunnen niets vinden, en besluiten dat de burger daarmee niets doet dat tegen de wet is. Na een jaar zegt de burger: 'Mannen, ik heb goed nieuws. Vandaag zal de laatste dag zijn dat ik de grens oversteek. Jullie hoeven dus helemaal niets meer te controleren!'. De grenswachters kijken hem aan en vragen hem waarom hij elke dag een zak zand vervoerde? Zat er zeker niets anders in dan enkel zand? De burger antwoordt: 'Oh, dat was inderdaad enkel zand, daar zat helemaal niets in. Maar doordat jullie zoveel aandacht hadden voor die zak zand was ik in staat om een jaar lang elke dag een fiets over de grens te smokkelen!'

Lees meer »

Now Is Not Forever

On Saturday, I had a conversation with someone about the fear of growing old alone. For her, it was a big fear; for me, it’s just a thought that occasionally pops into my head. I’m single, and right now, dating is completely out of the question. Meeting someone is literally the very, very, very, very last thing on my to-do list. I have other fish to fry first. But of course, that doesn’t mean I don’t occasionally wonder what things will be like later when I’m old. If I don’t have children (and the chances of that are getting exceptionally slim, given my 36 years of age), will anyone ever come to visit me? Still, I never set up camp in those thoughts: I know I can’t predict the future or have any control over it whatsoever. The way things are today could look completely different tomorrow (or fifty years from now, in this case). Only God knows if, say, ten years from now, I’ll meet someone who has kids, and I’ll become a grandmother to their children without those little ones ever feeling like we’re not related by blood. Or maybe I’ll be part of some super loving (religious?) community and get more visitors in the nursing home than the average senior with two kids and five grandkids. Or maybe I’ll get hit by a car tomorrow, my funeral will be next week, and I’ll have wasted precious minutes today on this not-so-pleasant future-tripping.Topics like getting old or whether or not I’ll be single in the future are things I’m pretty good at letting go of. Today, I’m young and happily single, and since I only live in the present, it’s easy for me to choose not to worry too much about tomorrow. If tomorrow turns out just like today in those specific areas, I have absolutely no problem with that. Unfortunately, it’s a different story in situations where I’m unhappy today. When something in my life is going poorly right now, causing me pain today, I easily extrapolate that into the future. Then it feels like today will never end, like it will always stay this way. To me, that feels like the ultimate truth, and that supposed certainty makes me twice as miserable.I told the person I was talking to yesterday that there’s a reason life isn’t just one big, continuous block of time, but that God divided time into 24-hour chunks for a reason. A day and a night. That is all I need to focus on today. Tomorrow, next month, next year, things could be completely different. I simply cannot project my current situation onto the future—I just can't.

Lees meer »

Nu is niet voor altijd

Zaterdag had ik met iemand een gesprek over de angst om alleen oud te worden. Voor mijn gesprekspartner was het een grote angst, voor mij slechts een gedachte die af en toe door mijn hoofd spookt. Ik ben single en op dit moment he-le-maal niet van plan om te daten. Iemand leren kennen is echt het allerallerallerallerlaatste op mijn to do-list. Ik heb eerst andere katjes te geselen. Maar dat neemt uiteraard niet weg dat ik me af en toe wel eens afvraag hoe het later zal zijn als ik oud ben. Als ik geen kinderen heb (en die kans begint toch echt bijzónder klein te worden, gezien mijn 36 lentes), zal ik dan wel ooit bezoek krijgen? Toch zet ik bij die gedachten nooit mijn tent op: ik weet dat ik de toekomst niet kan voorspellen of er enigszins controle over heb. Dat wat vandaag is, kan er morgen (of binnen vijftig jaar, in dit geval) echt helemaal anders uitzien. Enkel God weet of ik binnen pakweg tien jaar iemand ontmoet die kinderen heeft, en word ik grootmoeder van hun kinderen zonder dat die kleintjes ooit zullen voelen dat ik geen bloedverwante ben. Of misschien ben ik dan lid van een of ander super liefdevolle (religieuze?) gemeenschap en zal ik in het rusthuis meer bezoek krijgen dan de gemiddelde bejaarde die twee kinderen en vijf kleinkinderen heeft. Of misschien lig ik morgen onder een auto, vindt mijn begrafenis volgende week plaats en heb ik vandaag enkele kostbare minuten verspeeld aan dit niet-zo-gezellige-toekomstdenken.Onderwerpen als oud worden of het in de toekomst al dan niet single zijn, kan ik best goed loslaten. Vandaag ben ik jong en gelukkig single, en gezien ik enkel in deze dag leef, kan ik er makkelijk voor kiezen om me niet al te druk te maken in morgen. Als morgen op deze specifieke gebieden zal zijn zoals vandaag, dan heb ik daar helemaal geen probleem mee. Helaas is dat anders in situaties waarin ik vandaag ongelukkig ben. Datgene in mijn leven dat vandaag moeilijk verloopt, dat me vandaag lijden bezorgt, extrapoleer ik dan gemakkelijk naar de toekomst. Dan lijkt het alsof vandaag nooit over zal gaan zijn, dat het altijd zo zal blijven. Voor mij is dat dan dé waarheid, en die zogenaamde wetenschap maakt me dan eens dubbel zo ongelukkig.Tegen mijn gesprekspartner zei ik gisteren dat er een reden is dat het leven niet één grote lange tijdsbrok is, maar dat God de tijd met een reden in delen van 24 uur heeft ingedeeld. Een dag en een nacht. Dat is alles waarop ik me vandaag moet focussen. Morgen, volgende maand, volgend jaar kan het he-le-maal anders zijn. Ik kan mijn situatie van vandaag gewoonweg niet doortrekken naar de toekomst, dat kán gewoon niet.

Lees meer »

I Know Who I Am

I know who I am. Whatever someone else thinks of me, whatever they say about or to me—no matter how or what—it doesn't matter anymore. I know who I am. I am rooted in Love and grace. I know the truth, and it is beautiful, good, and pure. I no longer have to let myself be shaken up, or worse: torn apart like a piece of wet cardboard. I stand, and I just am. And that... that used to be very different.When I was first admitted to the psychiatric ward in December 2019, I was completely lost. I had ab-so-lute-ly no idea who I was anymore. Back then, I compared myself to an empty cardboard box that someone had once scribbled NATHALIE on. If it hadn’t been written on there, I wouldn’t even have known it was me. But that box, no matter how big it might have been, had no content. All those years, I had tried so hard to be loved by other people, and I acted accordingly. You’d accept me if I went out to the bar with you every week? Then I’d go to the bar. You’d think I was cooler if I listened to heavy metal? Well, then I’d listen to it, convincing myself that I thought it was amazing music. You thought I should be softer, sweeter, and more compliant, so I did it. Did you think I needed to toughen up instead? Then I did that too. You wanted me to say 'A,' I said 'A.' But you preferred 'B'? Then I said 'B.' And after living like that for years and years and years, I eventually didn’t know up from down anymore. "Who am I?" was the big question on my lips. Or rather, that was the question on the therapists' lips. My question wasn't a question, but a cry for help: JUST-LEAVE-ME-THE-HELL-ALONE. Let me sleep, rest, find myself. Just let me be. All of your opinions and preferences broke me, so please keep them to yourselves and just leave me alone!I finally got that peace. Not during that first admission (on the contrary, all those yoga, music, craft, and family system therapy sessions were much more than I could handle), but during the next admission three months later. Because that one coincided exactly with the start of the pandemic. WHAT.A.GIFT. The hospital went into lockdown, all double rooms suddenly became single rooms, and nobody was allowed to leave their room anymore. For six weeks, I didn’t wear shoes, just stayed indoors, and saw no one other than the hospital staff. That is something that would drive me absolutely crazy today, but back then, it was exactly what I needed. Let the world spin on without me; I’ll just be sitting here in my super safe little cocoon. I didn’t want to hear it anymore—how everyone thought I should behave. "Do this, think that, act this way." I could no longer stomach the accusatory tone, the toxicity, the manipulation. What I was screaming on the inside but never dared to say out loud is exactly what Chandler was able to say in this scene from Friends: "Shut up, shut up, shut uuuuuuup!!"During that lockdown admission, I found peace. Less contact with the outside world. Thank God. And after being allowed to recover for the first two weeks, the therapist gave me an assignment. When she handed it to me, I looked at her as if she were asking me to write an essay in Korean about the digestive system of goats or something. What.is.this.woman.talking.about?!Her assignment was: for a whole week, write down five things you like every single day.Seriously.Seriously!Impossible.I wouldn't have been able to write down five things I liked in total, let alone 35! Crazy lady. I was an empty box, and suddenly I had to go digging around in it looking for 35 long-lost items. Could there be a false bottom in this box?The first day, I sat chewing on my pen for half an hour just to find five things. I only remember two of them: the warmth of the sun and walking barefoot through the grass. Those thoughts were glimmers (though I didn’t know the word for them back then)—things that calm the nervous system and are the exact opposite of triggers.After a week, it turned out that my box did indeed have a false bottom because, by some miracle, I had somehow managed to pull 35 things out of my hat that I liked. No one else had to tell me who I was, what I felt, or how I should behave. No, for the very first time, I gained the awareness that I had my own preferences and desires, and that I was even allowed to put them on paper and express them to another human being in total safety. No one told me it had to be different, that I was wrong, or that it wasn't good enough. It was right, because it was mine. Wow, what an experience!

Lees meer »

Ik weet wie ik ben

Ik weet wie ik ben. Wat iemand anders ook over me denkt, over of tegen mij zegt, hoe of wat dan ook, maakt niet meer uit. Ik weet wie ik ben. Ik ben geworteld in Liefde en genade. Ik ken de waarheid, en die is mooi, goed en zuiver. Ik hoef me niet meer door elkaar te laten schudden, of nog erger: uit elkaar te laten trekken 'als een natte gazet'. Ik sta en ik ben. En dat, dat was ooit anders. Toen ik in december 2019 voor het eerst op de PAAZ werd opgenomen, was ik helemaal de kluts kwijt. Ik wist to-taal niet meer wie ik was. Zelf vergeleek ik me toen met een lege doos waarop iemand ooit eens NATHALIE had geschreven. Moest dat er niet hebben opgestaan, dan zou ik niet hebben geweten dat ik het was. Maar die doos, hoe groot ze misschien ook was, had geen inhoud. Al die jaren had ik zo hard geprobeerd om door andere mensen geliefd te zijn, en handelde ik er ook naar. Jij zou me aanvaarden als ik elke week mee op café ging? Dan ging ik mee op café. En jij zou me toffer vinden moest ik naar heavy metal luisteren? Wel, dan zal ik er wel naar luisteren, mezelf wijsmakend dat ik het geweldige muziek vond. Jij vond dat ik zachter, liever en meegaander moest zijn, en ik deed het. Vond jij net dat ik meer haar op mijn tanden moest hebben, dan deed ik dat ook. Jij wilde dat ik 'A' zei, ik zei 'A'. Maar jij wilde liever 'B'? Dan zei ik 'B'. En ik, na jaren en jaren en jaren zo geleefd te hebben, wist uiteindelijk niet meer wat boven of onder was. 'Wie ben ík?', was de grote vraag die op mijn lippen lag. Of nee, dat was de vraag die op de therapeuten hun lippen lag. Mijn vraag was geen vraag maar een noodkreet: LAAT-MIJ-ALLEMAAL-GEWOON-MET-RUST. Laat me slapen, rusten, tot mezelf komen. Laat me gewoon allemaal doen. Al jullie meningen en voorkeuren hebben mij kapot gemaakt, dus hou ze alsjeblieft allemaal voor jezelf en laat mij gewoon met rust! Die rust heb ik uiteindelijk gekregen. Niet tijdens die opname (integendeel, al die yoga-, muziek-, knutsel- en systeemtherapiesessies waren much more than I could handle), maar wel tijdens de volgende opname drie maanden later. Want die viel precies aan het begin van de coronapandemie. WAT.EEN.CADEAU. Het ziekenhuis ging in lockdown, alle tweepersoonkamers werden plots eenpersoonskamers en niemand mocht nog van die kamers af. Ik heb toen zes weken lang geen schoenen gedragen, zes weken lang binnen gezeten, en niemand anders gezien dan het ziekenhuispersoneel. Dat is iets waar ik vandaag knettergek van zou worden, maar toen exact was wat ik nodig had. Laat de wereld maar doldraaien, ik zal hier wel lekker in mijn super veilige coconnetje zitten. Ik wilde het niet meer horen, hoe iedereen vond dat ik mezelf zou moeten gedragen. 'Doe dit, denk dat, handel zo'. Ik kon ook de beschuldigende toon, de toxiciteit, de manipulaties niet meer verdragen. Hetgene ik vanbinnen uitschreeuwde maar nooit durfde te zeggen is wat Chandler in deze scène uit Friends wel kon zeggen: 'Shut up, shut up, shut uuuuuuup!!'.Tijdens die lockdownopname kreeg ik rust. Minder contact met de buitenwereld. Godzijdank. En na eerst twee weken te hebben mogen bekomen, kreeg ik van de therapeute een opdracht. Toen ze die gaf keek ik haar aan alsof ze me vroeg om in het Koreaans een opstel over het spijsverteringsstelsel van geiten ofzo te schrijven. Wat.zegt.dat.mens.nu?!Haar opdracht was: schrijf een week lang elke dag vijf dingen op die jíj leuk vindt. Echt waar. Écht waar!Onmogelijk. Ik zou in tótaal nog geen vijf dingen hebben kunnen opschrijven die ik leuk vond, laat staan 35! Gek mens. Ik was een lege doos, en plots moest ik daarin gaan graven op zoek naar 35 verloren gegane items. Zou er misschien een dubbele bodem in die doos zitten?De eerste dag heb ik een halfuur zitten kauwen om vijf dingen te vinden. Ik herinner me er nog maar twee van: de warmte van de zon en op blote voeten door het gras lopen. Die gedachten waren glimmers (al kende ik daar toen de naam nog niet van), dingen die het zenuwstelsel tot rust brengen en dus het tegendeel zijn van triggers. Na een week bleek dat mijn doos inderdaad een dubbele bodem bleek te bevatten, want by some miracle had ik toch maar mooi 35 dingen uit mijn hoed weten te toveren die IK leuk vond. Niemand anders moest me vertellen wie ik was, wat ik voelde of hoe ik me moest gedragen. Nee, ik kreeg voor het allereerst de bewustwording dat ik eigen voorkeuren en wensen had, en dat ik die zelfs op papier mocht zetten en die in alle veiligheid aan een ander mens mocht uitdrukken. Niemand zei me dat het anders moest, dat ik fout was, dat het niet goed genoeg was. Het was juist, omdat het van mij was. Wauw, wat een ervaring! 

Lees meer »