Vorige week dinsdag ging ik mijn kleine nichtje van school halen. Dat ik enkel haar ophaal, zonder haar broer erbij, is iets wat eigenlijk nooit voorvalt. De kindjes zitten allebei in het eerste leerjaar, maar beiden in een andere klas. Vorige week gingen beide klassen twee dagen op plattelandsklassen, maar niet tezamen. Mijn neefje ging van dinsdag op woensdag, en mijn nichtje zou twee dagen later vertrekken, van donderdag op vrijdag. Dus toen ik dinsdag E van school ging halen, was V er niet bij.Toen ze uit de schoolpoort liep, zag ik meteen dat er iets niet pluis was. Ze glimlachte wel toen ze me zag, maar haar glimlach bereikte haar ogen niet. Haar schouders hingen laag en haar tred was helemaal niet zo zwierig of zorgeloos als gewoonlijk. Ik vroeg haar of alles in orde was, en ze stak meteen een klein knutselwerkje in de lucht en zei: "Dit heb ik voor V gemaakt!". Voor ik haar op het fietsstoeltje zette en vroeg of ik het knutselwerkje niet beter veilig in haar boekentas zou steken, zei ze dat ze het liever wilde vasthouden. Toen had ik al moeten weten wat er aan de hand was: ze miste haar broer, natuurlijk!Nog geen halve straat gefietst, en ze begon te vertellen. Dat ze V super, super hard mist. Dat ze 's morgens bij het afscheid allebei hadden gehuild, dat ze het 'super stom' vond dat hij vandaag niet op school en op de speelplaats was, dat ze niet wil dat hij vannacht daar gaat slapen, en dat ze al de hele dag buikpijn had gehad.Ik begreep het kind. Die twee zijn bijna altijd samen, en al zeker 's nachts en op school. Als ik hen in het verleden al eens vroeg met wie ze op de speelplaats graag spelen dan bleek dat altijd met elkaar te zijn. "Maar ook met A, J en M, hoor!". Enfin, long story short, die twee zien mekaar graag. Dat ze hem nu miste, leek me logisch.Tijdens het fietsen vertelde ze over haar buikpijn, het gemis en alles wat daarmee te maken had. Maar eens dat eruit was, ging het terug over alledaagsere dingen. Over twee zwanen die aan de kant van de weg zaten en hoe ze die ook al eens hadden gezien toen ze waren gaan zwemmen met mama en papa, en over de zwemles, en alles wat een normale zesjarige allemaal vertelt. Heel goed, dus. Vertel maar, mijn lieve schat, doe maar. Tata luistert.Toen we aan een rood licht stonden, dichtbij mij thuis en zo'n twintig minuten fietsen later, zei ze ineens dat, toen ze in de klas aan het wenen was, haar juf haar had gezegd "dat ze gene flauwekul moest verkopen". Euh, WÁT?! Ik veranderde instant van Tata naar leeuwin, ofzo! Ik: "Wát zei jouw juf?!" E: "Dat ik geen flauwekul mocht verkopen" (inclusief beteuterd gezichtje en tranen in haar ogen)Ik: "Zei ze dat zo?"E: "Ja. Ik miste V tijdens de speeltijd en ik was in de rij aan het wenen, en toen zei de juf: "Nee, E, daar gaan we ni mee beginnen". En toen we in de klas waren begon ik weer te wenen en zei ze dat ik gene flauwekul moest verkopen."Ja, kijk hé. Zeg zoiets tegen één van mijn twee patatjes, en dan wil ik maar één ding doen: die juf het eens héél goed gaan vertellen! Ik was zó kwaad. Wie denkt die juf wel dat ze is?! Ik was echt nijdig, en ik had helemaal geen ambitie om dat weg te steken naar mijn nichtje toe. Don't get me wrong, ik was beheerst en verloor helemaal niet de controle over mezelf, maar ik was wel kwaad. Het leek mijn nichtje vooral goed te doen, ze leek zich er geliefd en begrepen door te voelen (iets wat ik trouwens wel herken. Ik herinner me dat ik in het eerste leerjaar werd gepest door 'de groten' van het derde leerjaar, en toen mama naar school ging om met die kinderen te praten voelde ik me ook heel beschermd en geliefd door mijn mama! Dus ik kan me inbeelden hoe mijn nichtje zich op dat moment gevoeld moest hebben. Best een fijn gevoel, eigenlijk!)Eens thuisgekomen hebben we er het beste van gemaakt. Samen huiswerk gemaakt en gegeten, en gezellig in de zetel naar de video van haar allereerste dansoptreden van enkele maanden geleden gekeken. Ze zei dat ze haar broer nog altijd mist, 'maar dat het al een tikkeltje beter is nu'. Mission accomplished!De dag erna verstoorde het me nog altijd, de reactie van de juf. Ik merkte dat ik wrok bleef koesteren, ondanks dat ik al zeker twintig keer had gebeden: "God, neem de wrok van mij weg, en zegen en bewaar die juf. Dat ze een mooie dag en een mooi leven mag hebben, met een prachtige familie en gelukkige momenten". Zo bidden, helpt gewoonlijk. De ander iets goeds wensen, ook - of vooral - als ik het niet meen. Het is wat Jezus bedoelde met het liefhebben van je vijanden. Vragen om de wrok van mij weg te nemen, die echt aan Hem overgeven, helpt gewoonlijk ook. Maar soms niet. Soms is het niet genoeg, en moet ik over de situatie een wrokinventaris schrijven. Dat is een geweldig efficiënte twaalfstappentool, die in de meeste situaties echt werkt. Wrok verdwijnt dan meestal als sneeuw voor de zon. Voor mij is het, na bijna vijf en een half jaar in het programma, de gewoonste zaak van de wereld geworden om wrokinventarissen te schrijven. Ik denk er niet meer over na. Het was pas toen ik zondagavond met mijn zus een gezellig avondje uit was, en ik zei dat ik over de situatie een wrokinventaris had geschreven en hoe die er dan uitzag, dat ik besefte hoe de meeste mensen het bestaan van deze tool niet kennen, en hoe het eigenlijk voor iedereen handig zou kunnen zijn. Want wrok, dat ervaren we allemaal wel eens. Hoe vaak zijn we niet geïrriteerd door mensen die een domme opmerking maken, die je in het verkeer de pas afsnijden, of collega's die vervelend doen? Wrokinventarissen zijn daar een geweldige tool voor. Ze zorgen ervoor dat onze gevoelens doorleefd en getransformeerd kunnen worden. Waarom dat belangrijk is? Omdat we er anders kapot aan gaan. Emoties ontkennen of onderdrukken, maakt ziek. Gevoelens doorvoelen, en zelfs naar ons eigen aandeel kijken, zorgt voor heling. Dus bij deze, in de hoop dat het inspirerend kan zijn, mijn wrokinventaris over de situatie van vorige week.
Maak jouw eigen website met JouwWeb