Vorige week donderdag ging mijn stiefpapa, na lang aanhoudende en serieuze rugklachten, onder het mes. Toen mijn ouders mij lieten weten wanneer de operatie zou plaatsvinden was mijn spontane reactie meteen dat ik in het ziekenhuis op bezoek zou komen, en uiteraard de dag zelf! What else? Maar toen ik thuiskwam en mijn agenda erop nasloeg merkte ik dat ik de dag ervoor op mijn zus haar kindjes zou passen, en ik weet dat mijn energieniveau het niet toelaat om twee dagen na elkaar in gezelschap te zijn. Als ik een sociale activiteit heb gedaan - eender hoe kort of hoe lang - dan heb ik gewoonweg oplaadtijd nodig. Ik zie het zelf als mijn innerlijke batterij die leegstroomt tijdens zulke gelegenheden, en die vraagt er dan gewoonweg om om minstens een volledige dag opgeladen te worden. Hoe ik efficiënt kan opladen is me ondertussen goed bekend: rusten, dutjes doen, borduren, haken, en heel misschien korte wandelingetjes of mini-fietstochtjes maken. Rust, frisse lucht, en een klein beetje beweging. Tijdens mijn 'oplaaddagen' staat mijn gsm voornamelijk op stil en kan ik me gewoonweg niet met anderen bezighouden. Gelukkig ben ik tegenwoordig na een dag redelijk opgeladen, terwijl het vroeger vaak drie dagen duurde. Ik weet wat werkt en houd me daar ook aan, en ik ben dankbaar voor die vooruitgang in mijn herstelproces.
Nog geen jaar geleden zou ik met deze situatie echt heel verveeld hebben gezeten. Op woensdag op de kindjes passen en op donderdag op ziekenbezoek gaan, hoe ga ik dát doen? Ik wist toen ook al wel dat dat teveel was. Dat toegeven aan mezelf was één ding, maar dat toegeven aan iemand anders? Ik was niet bang dat anderen me zwak zouden vinden, maar ik was wel heel bang dat anderen zich gekwetst zouden voelen, dat ze zouden denken dat ik hen niet graag zou zien. En dus deed ik wat ik dacht dat anderen van mij verwachtten, omdat ik hen liever zag dan mezelf. En omdat ik bang was hen te kwetsen, en op mijn beurt ook gekwetst te worden, natuurlijk.
Ik heb geleerd dat het ene niets met het andere te maken heeft. Dat ik tegen mensen kan zeggen: 'Ik hou van jou, en ik hou ook van mij. Ik ga eerst voor mezelf zorgen. Niet uit gebrek aan liefde voor jou, maar wel uit liefde voor mezelf. En eens ik dat gedaan heb, dan ben jij de eerste waarmee ik tijd zal doorbrengen'. Dat tegen mensen zeggen, die daad van zelfliefde stellen, vond ik vaak vreselijk eng, maar ik ben het wel steeds vaker beginnen doen. Het feit dat ik daar vaak heel liefdevolle reacties op heb gekregen - ook van alle vier mijn ouders - heeft echt heel hard geholpen om hierin te groeien. Om het te durven zeggen, om mijn grenzen aan te geven, om evenveel van mezelf als van een ander te houden. 'Wat spiritueel het juiste is voor jou, kan nooit slecht zijn voor een ander,' zei iemand me eens. Ik heb geleerd dat dat juist is.
Aan mijn ouders liet ik, na het nakijken van mijn agenda, meteen weten dat ik donderdag niet naar het ziekenhuis zou kunnen komen, maar vrijdag wel. Achteraf bleek dat niet enkel voor mij, maar ook voor mijn stiefpapa het juiste te zijn geweest: terwijl hij nog zo suf als een hommel was van de narcose had hij al bezoek van zowel mijn mama als mijn zus, haar man en hun twee kinderen. Genoeg ambiance in de kamer voor een heel leger, dus! Zelf ben ik dus de dag erna op bezoek geweest, toen het iets rustiger was. Zo had hij zelf gespreid bezoek, en ik voldoende rust. Win-win!
Omdat het ziekenhuis niet direct naast de deur ligt, had ik met mijn mama afgesproken dat ik met haar zou meerijden en we zo samen zouden kunnen gaan. Toch zei mijn buikgevoel me al snel dat dit niet juist voor me was, want met mama meerijden betekende ook met mama terugrijden. Heel gezellig, dat zeker en vast, maar het probleem hiermee was dat ik mijn eigen noden dan niet zou kunnen bewaken. Wat als ik na twee of drie uur overprikkeld en moe ben, en ik daar dan nog urenlang 'moet' zitten omdat ik niet thuisraak? Geloof me: dit is geen kwestie van niet willen, maar van niet kúnnen. Als mijn batterij op is, dan is ze op. Daar heb ik zelf niets aan, maar anderen ook niet. Daarom stelde ik aan mama voor om apart te rijden. Zij met de auto, ik met de fiets. Dat was geen evidente keuze. Allereerst omdat het 45 minuten fietsen was, en dit onder een brandende zon en temperaturen van 35°C. Fietsen is dan echt niet aangenaam. Maar het was vooral niet evident omdat we eerst bij mama zouden lunchen. Van daaruit apart vertrekken voelde ook voor mij best vreemd aan, alsof ik niet bij mama in de auto wílde zitten, maar ik wist dat dat niet waar was. Dat dat de stem van angst was die me influisterde dat ik mijn mama daarmee kwets, dat ik niet goed genoeg ben, dat ik beter zou moeten kunnen ondertussen. En ik wist dat het niet waar was, dat het echt, echt, echt niet waar was.
Mijn zelfzorgactie had niets met gebrek aan liefde te maken, maar alles met een overvloed aan liefde. Liefde voor mezelf, maar evengoed voor mijn mama en stiefpapa. Want wat hebben zij eraan als ik compleet overprikkeld in het ziekenhuis zit, helemaal doorflip op het geluid van de continue draaiende ventilator en tegen hen kattig begin te doen? Inderdaad, helemaal niets.
Ik ben dankbaar en blij dat ik van mijn ervaringen geleerd heb. Vroeger kon ik dit niet, en dus zat ik helemaal overprikkeld en in tranen op familieweekendjes, kerstetentjes en trouwfeesten. Vandaag probeer ik waar mogelijk om niet volledig afwezig te zijn, maar om slechts een deel van het etentje of evenement mee te doen. Om tegen de gastheer of -vrouw te zeggen: 'Ik zie je graag en daarom ben ik hier, maar als ik zo meteen moe ben, dan zal ik naar huis gaan. Ik zal je deze week bellen, en misschien kunnen we later met ons tweetjes gewoon even rustig een theetje gaan drinken?'. Want ook dat kan, naar mijn ervaring: als het evenement te ver weg is of gewoonweg veel te druk is (zoals een groot dansfeest), om dan een alternatief zoeken. Iets wat mijn prikkelgevoelige geest wél aankan. Het feestje zelf overslaan, maar gewoon een week later een koffie gaan drinken. Het familieweekend laten passeren, maar wel in veel kleinere kring (idealiter met twee of drie) gewoon eens apart afspreken. Niet alles of niets, maar in between. Uit liefde voor mij, maar ook voor de ander.