'Hahahahaha, laat me niet lachen! Je hebt je bést gedaan? Wat wil dat zelfs zeggen?', zei hij. 'Dat ik wel echt mijn best heb gedaan om te kunnen blijven werken,' antwoordde ik braaf. 'En dat is jouw definitie van je best doen? Komaan, zeg!'
Afgelopen dinsdag ging ik voor het eerst naar een 'sociaal gevoelige organisatie die werkzaam is op het gebied van hedendaagse kunst', zoals hun website het omschrijft. Het is een plek die drie namiddagen per week open is, waar je gewoon kan binnen- en buitenlopen wanneer je wil, en waar je je meest creatieve uitspattingen tot uiting kan brengen. Er is veel materiaal voorhanden, van olieverf tot vetkrijt en van haaknaalden tot lappen stof. Je kan er je artistieke zelf tot ontplooiing laten komen en dat in alle open- en vrijheid. Klinkt goed, niet? Wel, het artistieke luik wás goed. Ik genoot ervan om zoveel materiaal voor handen te hebben. Het voelde als een speeltuin voor 'de grote kindjes' terwijl ikzelf creatief nog in het stadium van het ballenbadje voor de peuters zit. Ik wist van het meeste materiaal niet eens hoé ik het moest gebruiken, dus ik vond het wel leuk om er te zijn en een nieuwe wereld voor me te zien opengaan.
Helaas had ik een compleet ander gevoel bij de daar aanwezige mensen. Het is een sociale organisatie, dus de meeste mensen daar hebben een psychische kwetsbaarheid of vallen uit de mazen van het maatschappelijke net. Het was er een allegaartje aan mensen, de ene nog excentrieker dan de andere. De meningen en oordelen over de maatschappij in het geheel vlogen er alle kanten op. Omdat het mijn eerste keer was deden de meesten wel echt de moeite om een gesprek met mij aan te knopen, wat ik wel echt kon waarderen. Degene die het boeltje daar lijkt te runnen vroeg me naar mijn verhaal, sinds wanneer ik niet meer kan werken, enz. Ik vertelde kort dat ik vroeger in het onderwijs stond maar dat het me niet meer lukte om te werken. Dat de artsen die me arbeidsongeschikt verklaarden me vertelden dat ik mijn best had gedaan en dat ze hoopten dat ik nog kwaliteit van leven zou vinden. Meestal als ik dat verhaal met mensen deel, krijg ik begrip, en veel (terecht!) mooie woorden voor die begripvolle artsen. Maar deze man reageerde compleet anders: hij begon me gewoon uit te lachen. Ik was écht verbouwereerd!
'Excuseer?', vervolgde ik, 'wat is daar nu weer mis mee, met je best doen? Wat zou jij gedaan hebben?'. 'Niks mis met je best doen,' antwoordde hij, 'maar je deed je best in het verkeerde. Je deed je best om te blijven werken, om te kunnen blijven meedraaien in de veel te snelle maatschappij zoals ze nu is. Of niet? Waarom niet je best doen in gelukkig zijn? In verbonden zijn met jezelf, in je creatieve ziel tot ontplooiing brengen? In leven zoals jíj het nodig hebt?'
Tja, daar had hij me. Ik kon niet ontkennen dat hij ergens een punt had, ook al was het nogal lomp overgebracht (wetende dat we elkaar nog geen kwartier 'kenden', natuurlijk). Ik heb inderdaad altijd mijn best gedaan. Altijd. In de lagere school deed ik mijn best om goede punten te halen zodat ik een stickertje of stempel op mijn toetsen en taken zou krijgen. Aan het einde van de lagere school werd duidelijk dat goede punten betekende dat je naar ASO (Algemeen Secundair Onderwijs, in Vlaanderen het meest 'academische' van de vier stromingen in het secundair onderwijs) kon, maar toen ons dan werd uitgelegd wat de verschillen waren tussen ASO, TSO (Technisch Secundair Onderwijs) en BSO (Beroeps Secundair Onderwijs), vond ik dat ASO er maar gruwelijk saai uitzag en wilde ik dat helemaal niet. BSO daarentegen - en vooral de studierichting Voeding-Verzorging - sprak mij wel súper hard aan. Het idee om te leren koken, naaien, haken en achteraf die vaardigheden in te zetten tijdens stages in kinderdagverblijven of rust- en verzorgingstehuizen leek mij echt héél tof. Ik was grote fan, maar helaas liet de school mij niet toe om BSO te gaan doen: mijn punten waren te hoog. Had ik maar niet zo hard mijn best gedaan... Ik koos dus voor de middenweg, voor TSO, waar toch nog elke week vier uur koken in het programma zat. De andere vakken vielen me daar wel zwaar, vooral chemie, fysica, labo en biologie. Ik vond die vakken echt vreselijk, maar zoals het een goede bestdoener betaamt heb ik ook daar echt mijn best gedaan. Elke middag zat ik in de bijles op school om die leerstof toch te kunnen begrijpen. Gelukkig deed ik (weeral!) mijn best om te doen wat verwacht werd, waardoor ik kon afstuderen en een hogeschoolopleiding kon volgen (waarmee ik nu wel heel blij ben dat ik ze gedaan heb, eerlijk is eerlijk!). Aanvankelijk wilde ik kleuterjuf worden, maar ik geloofde niet dat ik daar creatief genoeg voor was. Best komiek, gezien ik zes jaar eerder nog wel geloofde dat ik zou kunnen naaien en haken. Alleszins, omdat kleuterjuf teveel creatieve vaardigheden vergde waarvan ik dacht dat ik ze niet had, besloot ik lagere schoolleerkracht te worden. Een beetje creativiteit, papers schrijven, en veel studeren. En dat kon ik ook: taken, examens, blokken, blokken, en nog eens blokken.
Maar ik was moe, tijdens mijn schoolloopbaan. Moe en heel vaak ziek. Op het einde van elke examenreeks had ik een keelontsteking. Gelukkig moesten wij van onze mama altijd vroeg gaan slapen, want ik weet niet hoe ik het anders gered zou hebben... Ik heb gewerkt, geploeterd, gebokst, en nooit aflatend mijn best gedaan. Moe of niet moe, ziek of niet ziek: blijven knallen, blijven gaan, blijven mijn best doen. Altijd maar mijn best doen. Bang om mezelf niet goed genoeg te vinden, en bang dat anderen dat ook zou vinden.
Ik was een voorbeeldstudent, en achteraf ook een voorbeeldonderwijzer. Maar ik was niet verbonden met mezelf en raakte de weg kwijt. Ik was precies zoals de knaagdieren in de kortfilm 'Happiness'. Hard werken, ontspanning proberen te zoeken, vluchten en kei, kei hard crashen. Het heeft me uiteindelijk de das omgedaan, al dat 'mijn best doen'. Ik was opper dan op dan op (opper is eigenlijk geen woord, maar nu wel, nah!).
Die man van gisteren had gelijk. Waarom deed ik niet mijn best om verbonden met mezelf te zijn? Om gelukkig te zijn en rust in mezelf te vinden? Om in vertrouwen, zachtheid en kalmte te leven? Het antwoord is: omdat dat eng is. Het is moeilijker om naar mijn diepste binnenste te kijken dan om als een kip zonder kop rond te lopen. Het is moeilijker om toe te geven dat mijn waarde ligt in wie ik bén, dan in wat ik doe. Maar ook: omdat de maatschappij zo niet in elkaar zit. Want hoor je niet op z'n minst 4/5 te werken, vrienden te hebben, te gaan sporten, gezellige koffiebarretjes te bezoeken en ook nog eens elke week bij je (schoon)ouders te gaan eten? Iedereen draait mee in de rat race, waarom ik dan niet? Ik ben toch niet zwak, zeker?!
Vandaag weet ik: nee, ik ben niet zwak. En ik ben niet 'anders'. Ik ben verbonden met mezelf, en ik doe mijn best om naar de noden van mijn lichaam en geest te luisteren. En dat is bestdoenerij die ik graag doe, waarvoor ik me echt graag wil inzetten. Niet altijd eenvoudig, maar het wel altijd waard.
Hoe zit het bij jou? Lukt het je om te blijven meedraaien in het ritme van werk, kinderen, hobby's, vrienden en alles wat er zogenaamd bij het leven komt kijken? Zo ja, hoe pak je dat aan? Heb je manieren om tot rust te komen? Of als je eerder bent als mij, als je jarenlang op de 'andere' manier je best hebt gedaan maar gewoon niet meer kón, hoe is het nu dan? Leef je vandaag anders dan vroeger? Laat het gerust hieronder even weten. Ik zou echt graag weten hoe anderen hun leven aanpakken, zien hoe anderen het ervaren. Alvast bedankt!
Reacties
Reactie plaatsen