Een flesje God

Gepubliceerd op 28 februari 2026 om 20:50

Ik heb gewacht.

Ik ben verlegen – vreselijk verlegen – zelfs in de meest uitbundige persoon. Ik kan alleen maar fluisteren, nooit schreeuwen. Je merkt me misschien nooit op.

Maar ik ben hier, wachtend.

Ik lig niet aan de oppervlakte. Als je geduldig kijkt en luistert, zul je het weten.

Ik spreek door je verwarring, door je verlangen, door je pijn. Als je stottert, als je iets zegt wat je niet wilde zeggen, dan was ik dat. Als je naar een zonsondergang kijkt, of een kind hoort lachen, of naar een muziekstuk luistert dat je plotseling emotioneel maakt, dan ben ik het die je ogen laat vullen met tranen. Als je verslaafd bent, ben ik het die geketend is.

Als de zon opbrandt en het universum wegsmelt, zal ik hier zijn. Ik kan gewond raken, verdwaald raken, afgewezen worden of verlost worden. Je omstandigheden zijn eigenlijk veel minder belangrijk voor je geluk dan je denkt. Het is mijn gezondheid die je leven tot een hemel of een hel maakt.

Ik ben je ziel. Ik ben hier.

Uit: Soul Keeping, John Ortberg

Dit geweldige stuk komt uit Soul Keeping, een boek van de Amerikaanse pastor John Ortberg. Ik las het boek vorig jaar, en ik heb het toen op enkele dagen tijd verslonden. Wat.een.ongelooflijk.voedend.boek. Voedend voor wat? Precies, voor de ziel.

Mijn ziel is nochtans niet iets waar ik ooit veel aandacht aan heb gegeven. Integendeel, ik wist lange tijd niet eens dát het een deel van mij was, laat staan dat ik erom gaf. Ik lééfde gewoon, want is dat niet waar het leven om draait? Leuke dingen doen en plezier maken? Misschien, maar het feit was dat ik steeds een soort ongenoegen ervaarde. Diep in mij knaagde er iets, klopte er iets niet. Hoe plezant de activiteit ook was, of zelfs hoe deugdzaam en goed ze ook was, toch was er altijd iets dat niet klopte. Het was een gevoel dat ik uit alle macht probeerde te ontkennen. Ik probeerde eromheen te gaan door weer andere leuke dingen te doen. Want zolang ik bezig ben, hoor ik mijn ziel niet klagen. Het is precies zoals Ortberg zegt: onze ziel is verlegen, en hij fluistert. Hij zal niet schreeuwen. Wanneer merk ik de fluistering? In de stilte. En soms begrijp ik het ook niet, want is die activiteit die ik net heb gedaan niet heel plezant en goéd? Ik ben gewoon een tasje thee met een vriendin gaan drinken. Wat kan daar nu slecht aan zijn?

Niets. Daar is niets slechts aan. Die vriendin is geweldig, en de andere mensen waarmee ik mij omring zijn dat ook. En toch huilt mijn ziel. Niet enkel fluisteren, maar ook huilen. Ik voel dan een innerlijke leegte, en ik hoor een oerschreeuw uit mijn ziel komen die zegt: "Geef ook mij aandacht. Jij hebt aandacht gegeven aan een ander, en je hebt aandacht mogen ontvangen, maar waar was ik? Waar was het goddelijke, het spirituele, in de ontmoeting?". En als ik eerlijk ben dan moet ik antwoorden: "Ziel, je hebt gelijk. Die was er niet. Het ging om de ander, om mezelf, om het wereldse. Maar God, die was er niet bij."

Daarom huilt mijn ziel. Want mijn binnenste - daar waar God verblijft - wil ook geraakt worden, gezien worden, gehoord worden. God wil daarin zitten, in die ontmoeting. En ik wil daar ook aan tegemoet komen. Net zoals een huilende baby ook wil worden opgepakt door zijn moeder, wil mijn huilende ziel ook door mij worden aangeraakt, aandacht krijgen, liefde krijgen. Dat doe ik door God weer uit te nodigen in mijn zijn. De God waar ik heel af en toe wel eens over gepraat heb in de ontmoeting, maar die niet tussen ons inzat. Die niet de derde persoon aan tafel was, maar gewoon ergens diep in mij weggestoken was. "Straks. Straks zal ik je weer toelaten, als ik weer thuis ben. Maar nu gaat het niet, want ik kan toch niet de hele tijd over U praten? Hoe doe ik dat, in de gewone wereld?"
Het antwoord is: ik weet het niet. Ik weet niet hoe ik dat moet doen. Wat zou ik graag willen dat ik het wél wist, dat mijn ziel de volle 100% van elke dag met God verbonden zou zijn - met de God in mij die op zo'n moment mijlenver van mij weg lijkt te zijn. Ik wou dat ik het wist. Ik wou dat ik wist hoe ik van elke ontmoeting een spiritueel samenzijn kon maken. Maar dat weet ik niet.

En dus probeer ik er het beste van te maken. Wanneer ik weer thuis ben - zelfs al wanneer ik in de trein zit of op de fiets naar huis tegen de wind en regen aan het inbeuken ben - dan luister ik naar worship music. Ik zing en bid tegelijk. Ik smeek en vraag Gods Geest om me te vervullen. Mijn hongerige ziel is dan als een hongerige baby: geef me nú een flesje. Een flesje God. Hoe meer, hoe beter. En pas als het leeg is, zal ik me verzadigd voelen. Pas als het leeg is, weet ik weer wie ik ben. Niet mijn persona, niet diegene die ik ben naar de buitenwereld toe, maar die andere, diepere laag. Die laag die ik zelf niet eens ken of begrijp, maar die ik wel voél, die er ergens wel is. Niet dat ik naar de buitenwereld niet mezelf ben, integendeel. Ik ben zoveel mezelf als ik kan zijn. Ik geniet oprecht van die sociale, liefdevolle ontmoetingen. Van mijn vriendinnen, van mijn familie. Ik vind het heerlijk om als een vis in het sociale water te zijn. Ik ben er goed in ook. Maar het is slechts een klein deel van wie ik ben, en mijn ziel, God in mij, is daar niet in te bespeuren. En dus voel ik die vreselijke leegte achteraf. Elke keer weer. Bij eender welke ontmoeting die niet spiritueel was. De meesten, dus.

Mijn flesje God, dat is worship music. Dat is thuis zijn, in mijn cocon. Dat is op mijn terras zitten als het regent en de druppels horen tikken op het dak. Dat is een douche nemen en luidop zingen en bidden. Dat is soms huilen, smeken, bidden: "Verbind je met me, en maak me heel!" 
Want dat is het. Heelheid. Een halve Nathalie, de Nathalie-zonder-God, is geen hele Nathalie. Zo simpel als één plus één twee is, en toch kan ik het nu pas benoemen, kan ik het nu pas vastpakken. 

Maar wat doe ik hieraan? Ik weet het niet. Wie het wel weet, is God. Maar ik moet het eerst beseffen, eerst inzien, eerst ervaren. Zonder inzicht, geen heling. Dat is één van de mysteries van het universum. Eerst inzicht en overgave, dan heling. Ik hoef het niet te begrijpen, noch te bestuderen. Dat gaat mijn probleem niet oplossen, dat gaat mijn ziel niet voeden. Volledige overgave aan God wel.

Ik wil voor je zorgen, mijn ziel. Als een moeder voor haar huilende kind, zo wil ik voor jou zorgen. En nu ik dit schrijf, moet ik plots aan Psalm 42 denken...


God, ik verlang naar u, 

zoals een hert verlangt naar helder water. 
Met heel mijn hart verlang ik naar u, 
u bent de God die leven geeft.
(...)
Waarom ben ik zo bedroefd, 
waarom zo onrustig van binnen?
Ik moet op God vertrouwen. 
Eens zal ik hem weer danken.
Hij zal mij redden,
hij is mijn God.

 Psalm 42, Bijbel, verlangen naar God, ziel, dorst naar God, verbinding, liefde, leegte, pijn, God, Jezus, drie-eenheid, Heilige Geest


Nu ik dit lees, en naar het nummer 'Als een hert dat verlangt naar water' van Remco Hakkert luister, besef ik plots: ik ben doodnormaal. Dat ik me leeg voel na ontmoetingen die op zichzelf heel mooi en goed waren, maar waar God niet expliciet in aanwezig was, is doodnormaal. Ik ga dit herhalen voor mezelf. Ik ben doodnormaal. Doodnormaal. Doodnormaal. Doodnormaal. Ik ben doodnormaal. Als David - de psalmist - het zo voelde, waarom zou ik dat dan niet doen? David, een voorouder van Jezus. David, die prachtige psalmen heeft geschreven die tot diep in het bot resoneren. Die David, die was verbonden met God.

Ik ben net als David. Ik ben ook verbonden met God. En wanneer ik dat enkele uurtjes niet ben, dan hongert mijn ziel naar Hem. En dat heeft ze altijd gedaan. Altijd honger gehad, zoveel honger. En ik heb die proberen te voeden met verkeerd voedsel: WhatsApp, afspraakjes, mezelf uithongeren, overeten, excessief sporten, overwerken, relaties, ... Met vanalles en nog wat, waardoor de honger steeds groter werd. Ik vond het juiste voedsel gewoonweg niet.

Vandaag wel. Net als David weet ik op welk stopcontact mijn innerlijke stekker aangesloten moet zijn. De enige voeding die effectief voedt. God is de enige die me heelt, zalft, geneest, laat groeien, troost, vreugde geeft. Die me vervult van top tot teen.

Betekent dat dat de rest van de wereld slecht is? God, nee. Allesbehalve! Ik ben zo waanzinnig geliefd, zo graag gezien. Door mijn lieve familie, door mijn vriendinnen. Zó geliefd. En ik zie hen ook graag. Met alles wat ik in me heb. Maar de perfecte match vind ik enkel met God. En dat is precies zoals Hij het bedoeld heeft. Dat is precies zoals Hij ons gemaakt heeft. En het is goed zo. De Bron van liefde, daar mag ik me aan laven. De Bron die nooit opdroogt. De Bron die eeuwig leven geeft.

Wat een geschenk dat mijn ziel fluistert, roept, schreeuwt en hongert. Het betekent dat mijn spirituele kompas perfect is afgesteld, want de naald wijst altijd in de juiste richting: naar God.

Reacties

Marie
een maand geleden

Prachtige blog lieve Nathalie!! Ik kan alleen maar amen amen amen zeggen 💝 Ga door met schrijven je blogs zijn een zegen 💌

Nathalie
een maand geleden

Dankjewel, lieve Marie! Deze reactie betekent super veel voor mij. God zegene je!

Reactie plaatsen

Maak jouw eigen website met JouwWeb