Ik ben moe. God, wat ben ik moe. Al twee maanden lang ben ik aan het rondrennen als een kip zonder kop, gewoonweg omdat ik voel dat ik geen andere keuze heb. Als ik ga zitten, dan huil ik. Nee, dat is te mooi verwoord. Ik breek. Of ik dénk dat ik ga breken, eerder dat. Mijn pijn is te groot, te ondraaglijk. En dus blijf ik maar bezig. De dingen die ik dan doe lijken op het eerste zicht heel constructief, heel goed, en dat is ook de leugen die ik mezelf dan vertel. Ik ben gewoon jong, 36, geen 70. Ik lééf eindelijk weer eens. Maar het is teveel, en ik ben moe. Bang en moe. Ik ben weer vaker in de stad te vinden - allemaal voor constructieve doeleinden, dat wel - en dit vooral 's avonds. De kracht van a city at night is niet te onderschatten. Ik voel het aan me trekken, ik voel het trauma weer wakker worden. Want in die stad, in die nachten, heb ik vreselijke dingen meegemaakt. De stad maakt me bang. Overdag niet, dat niet meer, ook al was dat eens anders. Maar 's avonds maakt de stad me nog steeds bang.
Het gaat de laatste tijd moeilijk met me. Ik ben in overlevingsmodus, en probeer er het allerbeste van te maken. Ik doe vanalles om niet te moeten voelen, maar het begint zich op te breken. Ik heb ook al wekenlang niet meer geborduurd, en dat is niet goed voor mij. Het ging gewoon niet meer. Ik had zoveel energie in mijn lijf zitten, dat borduren te rustig was. En als ik mezelf dwong om het te doen, om tot rust te komen, dan huilde ik. De pijn was te groot. De pijn is te groot.
Ik heb gisteren beseft hoe ik uit alle macht geprobeerd heb om de regie over mijn leven te houden. Door financiële verantwoordelijkheid te nemen, door sociaal te doen en uit mijn kot te komen. Maar man, ik voel me moe, en onveilig. Ik voel me emotioneel onveilig. Ik verlang naar rust. Rust, rust, rust. Laat me met rust. Maar niet teveel, want dan voel ik me weer alleen. Dan wordt mijn veilige nest weer een gevangenis, en dat is dan ook weer niet de bedoeling.
Soms heb ik eens van die buien, van die vlagen. Dan denk ik dat ik meer sociaal contact moet hebben, dat ik meer mensen moet zien. Dan doe ik dat, en voel ik me goed. Levend, levendig, springerig levend, springlevend. Mensen applaudisseren daar dan ook voor. 'Goed zo, Nathalie! Goed dat je uit je kot komt!'. Ze hebben dan gelijk, want ze zien een blije, levendige, ik. Maar niemand ziet de kost daarvan. Want de prijs van sociaal doen, van 's avonds buitenkomen en dan urenlang nodig hebben om mijn hoofd tot rust te krijgen en niet voor 1u in bed te kunnen liggen (ook al was het samenzijn, zelfs een doodbrave bijbelstudiegroep, om 21u gedaan), is hoog. Té hoog?
Misschien moet ik leren stappen voor ik kan lopen. Want de laatste weken heb ik véél gedaan, veel veranderd. Hetgene dat me overdag het meest heeft beziggehouden, druk heeft laten zijn zodat ik niets moest voelen, heb ik gisteren losgelaten. Ik ben er klaar mee, ik wil weer rusten. Ik heb gisteren weer geborduurd. Een totebag met plantjes erop. Het was eerst een halfuur leuk, deugddoend en rustgevend. Fijn, tof, goed. En toen kwamen de tranen. Het verdriet, de pijn. Het kwam er allemaal uit. En dat suckt. Maar het is nodig, want ik kán niet meer. Het moet eruit komen. Het moet gevoeld en doorleefd worden. Ik kan niet blijven rondlopen als een kip zonder kop.
Ik heb nu ook elke week twee nieuwe social events: een (voor mij) nieuwe kerk, en die home group (de bijbelstudie van hierboven). Super tof, leuk, deugddoend. Maar ook veel prikkels. Veel om te zien, te horen, te voelen, te verwerken. Te veel? Ik weet het niet. Misschien ga ik het beter kunnen verwerken als ik overdag weer tot rust leer te komen.
Andere mensen zijn niet zoals mij. Andere mensen gaan werken, sporten, spreken af met vrienden. Maar ik ben niet 'andere mensen'. Ik ben Nathalie, een PTSS'er. Dat is niet niks, en vooral iets om aandacht aan te blijven besteden. Want als ik het niet doe, dan stel ik gedrag dat niet goed voor mij is. Dan fluistert mijn verslaving me allerlei leugens in de oren, en ga ik ernaar handelen ook. Ik heb het de laatste week gedaan, en het is niet goed. Het zijn alarmbellen die afgaan, maar die ik negeer en rationaliseer. Maar niet meer. Ik ben moe, leeg, op. Gisteren legde ik mijn muizenissen, verdriet en angsten voor aan een vriendin in mijn twaalfstappenprogramma, en aan het einde van ons gesprek zei ze: 'This is a victory story!'. Ik voelde me niet zo, maar ik weet dat ze gelijk heeft. Waarom? Wel, ik zou me evengoed kunnen laten neerhalen door mijn huidige omstandigheden. Hoeveel mensen zouden in mijn situatie niet gaan drinken, druggen, of looking for love in all the wrong places? Velen, dat kan ik je zeggen. En ja, ik ben moe, maar al bij al sta ik nog redelijk goed overeind, want ik heb geen van al deze dingen gedaan. Ik trek hier nu de lijn, voor ik het wél zou gaan doen.
Het is tijd om terug in mijn nestje te kruipen. En als het kan, als de energie er is, dan vlieg ik er wel weer eens uit. Maar voor nu heb ik die veiligheid wel weer even nodig. En ik héb die, ik kén die. Hier heb ik jaren aan gewerkt. Mijn Vlieseline, die ken ik!
Eén van mijn nieuwe Vlieselinnetjes is trouwens tekenen. Ik ben een tijdje geleden gewoon begonnen met YouTube-filmpjes erover te bekijken, ben in de Action een schetsboek en in de AVA enkele pennetjes gaan kopen, en ik ben gewoon begonnen. Ik vond het super leuk en ontspannend, maar ook hiervoor durfde of wilde ik de afgelopen weken weinig tijd maken. Het was te traag, teveel slowing down, en dat voelde emotioneel als te bedreigend. Maar gisteren, na het borduren, heb ik nog eens getekend. Voor het eerst geen urban sketching, geen gebouwen, maar wel een vrolijke beer! Dat beest tekenen maakte me blij! Tekenen is dus zeker een tool die ik toevoeg aan mijn toolkit. Het is ook echt iets dat me rustig maakt, in tegenstelling tot alle andere destructieve copingmechanismen die ik de laatste tijd heb ingezet.
Misschien kan ik binnenkort zelf ook weer even blij als mijn beer door het leven gaan?
Reacties
Reactie plaatsen