Tattoos vs. borduren

Gepubliceerd op 14 juni 2026 om 20:26


Tussen mijn 18de en mijn 30ste - dus tussen 2008 en 2020 - heb ik een heleboel tattoos op mijn lichaam laten plaatsen. Mensen vragen me soms hoeveel tattoos ik heb, en elke keer als ik ze ter plekke begin te tellen besef ik achteraf dat ik er minstens eentje vergeten ben. Ik ga me er dus ook nu niet aan wagen om er een correct getal op te plakken. Sommige zijn relatief groot, maar de meeste zijn relatief klein. Ik heb alleszins geen armen of benen vol tattoos (al had ik het indertijd wel graag gewild!). Elke tattoo heeft zijn eigen unieke betekenis, maar tegelijkertijd dienden ze ook allemaal hetzelfde doel: om mezelf uit te drukken en te onderscheiden naar anderen toe. Sommige tattoos zijn redelijk onschuldig en braaf. Het zijn pakweg bloemetjes die ik zelf heb getekend of heb laten tekenen, en dan op mijn rug of voeten heb laten plaatsen. Andere drukken rauwe pijn uit, zoals het semicolon op mijn arm (uit 2015) of een diamantje dat ik heb laten plaatsen als vorm van rebellie naar mijn ex toe (een jaar later, in 2016). Nog andere tattoos waren om mislukte tattoos te maskeren (de veer op mijn onderarm) en nog andere om mezelf zogezegd aantrekkelijker te maken. Eentje was een verbintenis tussen mij en mijn beste vriendin indertijd, al is die relatie ondertussen ook al vijf jaar gestrand. Ik heb spijt van elke tattoo, behalve van eentje: die met de initialen van mijn grootouders op mijn pols. En zelfs daarvan heb ik eigenlijk spijt, want hen gedenken en vereeuwigen zou ik vandaag op een heel andere manier hebben aangepakt. 

Nu, het feit is dat die tattoos erop staan, en ik ze er nooit meer af zal krijgen. Mensen hadden me er nochtans veel voor gewaarschuwd inderdaad, dat ik er later spijt van zou krijgen. Maar ik, ik was niet bezig met later. Ik was bezig met hier en nu, en hier en nu wilde ik het leven ten volle leven. Ik wílde dat mijn lichaam weerspiegelde wat ik voelde: pijn, verdriet, vriendschap, liefde, rebellie en alles wat er in een mens om kan gaan. Ik wilde afleesbaar zijn en begrepen worden door anderen. Ik wilde de wereld tonen wie ik was en waar ik voor stond. En daar kwam natuurlijk nog eens het verslavende aspect van tattoos bij. Het laten plaatsen doet (voor mij toch) belachelijk veel pijn, maar dat vond ik net het leuke eraan. De high die het tijdens en achteraf opleverde was groot genoeg om er een tijdje later opnieuw voor te gaan. Moest het niet zo waanzinnig veel geld hebben gekost, dan had ik er elke maand wel eentje laten zetten.

En nu, nu heb ik er spijt van. En dat heb ik al enkele jaren. Sinds ik mijn rock bottom in 2021 heb bereikt, Jezus heb gevonden en besloten heb om mijn leven aan Hem te geven, heb ik spijt van die tattoos. Niet omdat ik vind dat er moreel iets mis mee is. Er zijn wellicht mensen die vinden dat we het lichaam dat God ons gegeven heeft niet mogen verminken, aanpassen of versieren met tattoos, maar ik ben daar geen van. Wat wel of niet Gods wil is, is tussen mij en Hem, en tussen jou en Hem, en algemene dogma's horen hier (of nergens anders) naar mijn mening niet thuis. Er zijn genoeg christenen die, vanuit volle overgave en een goede relatie met God, besluiten om hun lichaam vol te laten tattoeëren. Als het juist voelt, waarom dan niet, hé? Maar voor mij is het dat vandaag niet. Voor mij zijn die tattoos een herinnering aan een vreselijke tijd. Jaren en jaren waarmee ik met mezelf in de knoop lag en in een slechte relatie zat, maar dat niet kon of wilde toegeven. Dát is hetgene waaraan ze mij herinneren. Aan de pijn, de eenzaamheid, de wanhoop, het verdriet, aan de poging om iets of iemand te zijn en me goed te voelen. Mijn tattoos zijn een spiegel die me elke dag wordt voorgehouden maar waarin ik liever niet zou willen kijken. En toch moet het. Er is geen weg rond.

Een drietal jaar geleden was ik aan het  biechten, en vertelde de priester in kwestie dat ik zo graag het verleden zou willen wegvagen, maar dat het steeds maar weer boven komt drijven en ik er gewoonweg niet aan kan ontkomen. Hij herinnerde me eraan dat Jezus Zijn stigmata na de verrijzenis ook nog had. Jezus - de onschuld zelve - werd aan het kruis genageld, stierf, werd in het graf gelegd, en kwam drie dagen later weer tot leven. Toen Hij weer aan Zijn apostelen verscheen, had Hij de wonden van Zijn kruisiging nog steeds in Zijn handen, voeten en zij. Ze waren niet plotseling weg, maar werden net een teken van wat God voor ons kan doen: na het sterven komt de verrijzenis. Er is nieuw leven mogelijk, maar het oude wordt daardoor niet plots weggevaagd.  

Dit nieuwe leven is waarop ik me vandaag wil focussen. Het oude kan ik niet plots wegtoveren, daarvan zijn mijn tattoos wel getuige. Maar in plaats van te focussen op hoe verschrikkelijk ik ze vind, kan ik het ook zien als de overwinning die Christus voor mij behaald heeft: het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen.

Vandaag, in dit nieuwe leven met Hem, voel ik net als vroeger de nood om mij uit te drukken. Alleen doe ik het nu op een andere manier en vanuit een andere invalshoek. Zoals ik eerder al schreef borduur ik vandaag mijn eigen kleding waardoor datgene wat ik draag uniek en persoonlijk is. Het zijn tekeningen die ik zelf heb gekozen, ontworpen of aangepast, en die ik vandaag met trots kan dragen. Ze komen niet vanuit pijn of verdriet, maar wel vanuit innerlijke rust en creatieve kracht. 'The things we do, do things to us', las ik onlangs ergens. Dat geldt zeker zo voor creatieve hobby's. Ze veranderen mij en geven me kracht. En het voordeel van geborduurde kleren vs. tattoos? Als ze niet meer bij me passen, als ik ze ontgroeid ben, dan kan ik ze doorgeven aan iemand anders voor wie het wél juist voelt op dat moment. Daardoor hoef ik geen leven lang rond te lopen in mijn zelfgecreëerde gevangenis, maar kan ik me bevrijden van wat niet meer bij me hoort en doorgroeien naar iets nieuws. Sterven, en weer verrijzen, en dat weer telkens opnieuw. 
Amen. (Sorry, ik kon het weer niet laten!)

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Reactie plaatsen