En aanvaarding is het antwoord op al mijn problemen vandaag. Als ik van streek ben, komt dat doordat ik een bepaald persoon, een bepaalde plaats, een bepaald ding of een bepaalde situatie – een bepaald feit in mijn leven – onaanvaardbaar vind. Ik kan geen innerlijke rust vinden totdat ik die persoon, die plaats, dat ding of die situatie aanvaard precies zoals het op dit moment hoort te zijn. Niets, absoluut niets, gebeurt in Gods wereld bij toeval. Zolang ik mijn alcoholisme niet kon accepteren, kon ik niet nuchter blijven; tenzij ik het leven volledig accepteer op de voorwaarden van het leven zelf, kan ik niet gelukkig zijn. Ik moet me niet zozeer concentreren op wat er in de wereld moet veranderen, als wel op wat er in mijzelf en mijn houding moet veranderen.
Alcoholics Anonymous, Big Book, 4th edition, p. 417 (eigen vertaling)
Bovenstaande tekst komt uit het Big Book van de AA, wat zo'n beetje het basisboek is van zo goed als elk twaalfstappenprogramma. Het is een stukje uit een van de vele persoonlijke verhalen achterin het boek, en geen deel van de 'basistekst' die de eerste 164 bladzijden zijn*. Toch is het in mijn fellowship één van de meest geciteerde stukken. Toen ik het jaren geleden voor het eerst hoorde, vond ik het eigenlijk vreemd en onwennig, maar ik bleef keer op keer horen hoeveel baat mensen hadden bij deze benadering. Omdat ik toen nog geloofde dat andere mensen De Grote Wijsheid in pacht hadden (kuch, kuch!) en ik maar een sukkeltje was die er allemaal niets vanaf wist, volgde ik hun voorbeeld. Ik leerde dit hele stukje tekst vanbuiten zodat ik het bij moeilijke situaties kon afratelen als een soort mantra. Eigenlijk is het een lang stuk tekst dat niet meer zegt dan: 'Laat ik mezelf maar als voetveeg behandelen en daar vrede mee hebben'. Vandaag kan ik met veel recht en rede zeggen dat het leren leven naar deze tekst (wat ik jarenlang gedaan heb!) mijn herstel niet enkel vertraagd heeft, maar ook werkelijk serieuze stokken in de wielen heeft gestoken. Misschien is het een behulpzame benadering voor andere mensen, maar mij heeft het nooit geholpen.
Toch is er één zin die hier er volgens mij wél op zijn plaats staat: 'Niets, absoluut niets, gebeurt in Gods wereld bij toeval' (of, in het Engels: 'Nothing, absolutely nothing, happens in God's world by mistake'). Daarmee ben ik zeker akkoord. Ik geloof dat God goed is, en dat Hij pure liefde is. En vanuit de liefde die Hij is, heeft en geeft, brengt Hij op ons pad wat we nodig hebben en wanneer we het nodig hebben. 'In alles zit een les die God mij wil zien leren', zei één van mijn vroegere sponsors altijd. Helemaal akkoord. Maar dan komt de grote vraag: wat ís de les die Hij me wil zien leren? Waarom brengt Hij deze persoon of situatie of mijn pad, en hoe wil Hij dat ik ermee omga?
Zelf ben ik nooit een vechter geweest. Ik ben nooit voor mezelf opgekomen wanneer mijn grenzen overschreden werden en slikte alles maar als een mak schaap. Een schaapje waar je zo overheen loopt, vertrappelt, en dan achteraf nog eens extra op gaat stampen. Zo eentje. En ik liet het allemaal maar gebeuren. Mijn emotionele en zelfs fysieke grenzen zijn meer dan eens overschreden. En ik was te beleefd om er iets van te zeggen. Ik was bang dat, als ik iets zei, mensen me niet meer leuk zouden vinden, of niet meer van me zouden houden. Dus aanvaardde ik elk (grens)overschrijdend gedrag alsof het de normaalste zaak van de wereld was. En toen kwam ik in een twaalfstappenprogramma waar teksten als bovenstaande worden aanbeden alsof ze van God Himself komen. En ik luisterde. Inderdaad, weeral als een mak schaap.
Alleen: het schaap begint tegenwoordig serieus tegen te sputteren. Het schaap begint kwaad te worden en stilletjes aan op ontploffen te staan. Het voelt de drang om zich te verweren, om haar stem te gebruiken, om te zeggen: 'STOP!'.
Ik voel hoe het in mijn systeem zit ingekerfd om te zwijgen en te aanvaarden, net zoals het Big Book zegt. Maar ik voel óók - en voor het eerst in mijn leven sterker dan dat wat in me ingekerfd zit - dat God dit niet meer voor me wil. Hij heeft me helemaal niet gemaakt om een stemloos schaap te zijn dat haar grenzen laat overschrijden. Integendeel!
De afgelopen vijf nachten heb ik amper geslapen. Ik wilde wel. God, wat wilde ik slapen. Middagdutjes lukten ook niet, hoe hard ik ook probeerde. Mijn hele lijf zit gewoon zo vol woede, en ik krijg het er niet uit. Ik heb al alles geprobeerd: wrok- en angstinventarissen schrijven, lange wandelingen maken, luchtboksen en dansen op stevige muziek, bidden, mediteren, proberen in te slapen met relaxatiemuziek en geleide meditaties, telefoontjes maken om daarbij alles in het licht te brengen en los te laten, ademhalingsoefeningen, (EFT) tapping, ... Sommige dingen werkten voor eventjes, maar de grote stroom van woede blijft aanwezig, en slaap zit er daardoor amper in. Toch is dit goed. Het is zelfs heel goed, want het is energie die ervoor zorgt dat ik stop met mijn grenzen te laten overschrijden, en die mij acties laat nemen om bepaalde mensen eindelijk op de gepaste afstand te houden.
Toch is het gevecht dat geleverd moet worden, niet het mijne. Het is Gods gevecht voor mij en door mij. Ik moest daarnet plotseling aan David en Goliath denken. Het is een verhaal uit het Oude Testament waarbij het volk van de Israëlieten in oorlog is tegen de Filistijnen. De aanvoerder van de Filistijnen, Goliath, was een reus van drie meter lang. Hij was helemaal beschermd met schild en harnas, en stond rond te schreeuwen dat niemand hem durfde aanvallen en niemand van hem zou kunnen winnen. David daarentegen was een kleine joodse herdersjongen, en de enige reden dat hij nog maar in de buurt van het slagveld was, was omdat zijn vader hem had opgedragen om eten naar zijn vechtende grote broers te brengen. Dus David, dat kleine dropje, hoorde Goliath roepen hoe sterk en onoverwinnelijk hij was en vroeg zich luidop af (en ik parafraseer hier even om de leesbaarheid te verhogen): 'Wat denkt die Filistijn wel? Dat hij het leger van de levende God zomaar durft te beledigen! Om iemand als hem dienen wij de moed niet te verliezen. Ik zal het gevecht wel met hem aangaan!'.
Ik kan me de scène zo voorstellen, en ze is lachwekkend: een kleine herdersjongen - die de kudden van zijn vader trouwens met één enkele katapult meermaals heeft beschermd tegen leeuwen en beren -, versus een bewapende en beschermde reus van 3 meter lang. Alleen is de vraag: wie is degene die werkelijk beschermd is? De reus met zijn bronzen helm en pantser, of de kleine David die de beschermende hand van God over zich had?
De afloop van het verhaal is redelijk gekend: de kleine David nam enkele platte stenen uit de rivier, stak ze in zijn zak, en terwijl hij luidop tot God bad schoot hij een van die stenen kei hard af tegen Goliath zijn voorhoofd. De steen deed de reus onmiddellijk buiten westen slaan, waarna David Goliath vermoordde met zijn eigen zwaard. Want wie een put graaft voor een ander...
Er is no way - no waaaaaaay! - dat David dit gevecht op zijn eentje kon winnen. Onmogelijk. Maar mét Gods hulp kan zelfs een kleine herdersjongen een reus verslaan. Met Gods hulp kan ik, Nathalie, mijn reuzen verslaan. Op eigen kracht, gebaseerd op mijn ervaringen en met de grote aanwezigheid van mijn angsten, kan ik het niet. Echt, echt, echt niet. Maar met Gods kracht en leiding, wel. En weet je wat? Ik héb het al gedaan. Ik ben het aan het doen. Ha! De laatste weken heb ik verschillende mensen begrensd in hun gedrag. Gedrag dat ik als een steeds wederkerende trigger beschouw, gedrag dat elke keer opnieuw zegt dat ik een mak schaap ben dat geen eigen stem of wil heeft. Dát gedrag heb ik begrensd. Niet op eigen kracht, maar door Gods kracht. Ik voelde het elke keer opnieuw: die combinatie van diepe vrede en krachtige energie die me zei dat ik het moest doen, that He had my back. En het was waar, want in geen enkele van die situaties heeft de Goliath die over mij stond mij overwonnen, integendeel. Ik, het kleine Davidje, won de strijd met één enkele steen en een krachtig en oprecht gebed.
Op dit moment sta ik weer voor zo'n situatie, en het heeft al sinds gisterenochtend waanzinnig veel angst en woede in mij teweeggebracht. Maar plotseling besef ik dat IK niet degene ben die het gevecht moet leveren. Ik moet bidden en de steen in de katapult afschieten. Dat is alles. Wanneer? In Gods tijd, en zeker niet in de mijne. Maar één ding is zeker: dát ik de steen zal afschieten!
* Toch nog een kleine kanttekening die ik wil maken: in de eerste 164 bladzijden - de basistekst van AA, geschreven door de stichter Bill Wilson - wordt een geheel andere toon aangeslagen dan in sommige van de persoonlijke verhalen achterin het boek. Daarin staan net heel veel dingen die me wél helpen, en waardoor ik de Twaalf Stappen en het programma errond net zo geweldig en behulpzaam vind! Enkele voorbeelden (opnieuw met eigen vertaling) zijn:
'Als Gods volk staan we op eigen benen; we kruipen voor niemand' (p. 83, ENG BB)
en
'We verontschuldigen ons nooit tegenover wie dan ook omdat we op onze Schepper vertrouwen. We kunnen lachen om degenen die spiritualiteit zien als een teken van zwakte. Paradoxaal genoeg is het juist een teken van kracht. Het oordeel van de eeuwen is dat geloof moed betekent. Alle gelovigen hebben moed. Ze vertrouwen op hun God. We verontschuldigen ons nooit voor God. In plaats daarvan laten we Hem via ons zien wat Hij kan doen. We vragen Hem onze angst weg te nemen en onze aandacht te richten op wat Hij wil dat we zijn. Meteen beginnen we onze angst te overwinnen' (p. 68, ENG BB)