Donderdagochtend. Ik werd wakker, en voor ik mijn ogen goed en wel open had, hoorde ik het al op het dak van mijn terras: de regen viel met bakken uit de lucht! Ik slaakte een diepe zucht, want ik wist dat ik er met de fiets door zou moeten, en dat idee maakte me niet opvallend blij. Ik hoopte nog stiekem dat de KMI-app me zou vertellen dat de regen snel over zou zijn, maar helaas pindakaas, het zou de hele dag regenen. Dus na mijn ontbijt en meditatie besloot ik maar om mijn grotemeisjesbroek aan te trekken en er gewoon voor te gaan. Gewapend met mijn waterdichte fietshandschoenen, twee paar sokken, regenbotjes, -broek én -jas trotseerde ik de wind en regen, en deed de boodschappen die ik moest doen. Ik had verwacht dat ik het vreselijk zou vinden in die regen, maar gek genoeg was dat helemaal niet zo. Ik genoot van het buiten zijn, van de muziek in mijn oren, van de lichaamsbeweging. Dus eens ik had gedaan wat ik moest doen en eigenlijk naar huis zou fietsen, voelde ik dat ik hier veel te veel van genoot en de pret nog even wilde verlengen. Ik besliste naar de stad te fietsen en daar nog een paar dingetjes te kopen die sowieso op mijn niet-zo-dringend-te-kopen-lijstje stonden. Onderweg regende het als gek en fietste en zong ik de longen uit mijn lijf. Mensen keken soms wel eens op, maar dat kon mij nu eens minder dan niks schelen: ik was 100% in the zone, gelukkig en mezelf. Hoe lang dat geleden was dat ik me zo gevoeld heb, kan ik niet zeggen (of eigenlijk wel, het was van begin augustus geleden!). Ik was heel blij en voelde hoe ik niet high, niet low, maar gewoon mijn ware zelf was. Happy, joyous en vooral: free.
Eens thuisgekomen - ondertussen twee uur later en helemaal doorweekt, ondanks al mijn geweldige maatregelen - besloot ik om de pret te verlengen, maar deze keer in een iets rustigere variant. Ik trok mijn nieuwe thermosokken aan (die ik net in de stad had gekocht!), maakte mezelf een verse haardvuurthee, zette mijn elektrisch deken aan en plofte me in de zetel om te tekenen. Terwijl ik dat deed werd ik opnieuw overspoeld door een douche van geluk: dit is hét. Dít ben ik. Dit is mijn ware ik, mijn pure ik, puur geluk. Ik sloot even mijn ogen en nam het moment helemaal in me op. Het was zo mooi, zo eenvoudig, zo puur.
Het verschil met hoe ik me de afgelopen maanden heb gevoeld was frappant. Omwille van enkele relationele breuken ben ik - laat ons een kat maar gewoon een kat noemen - twee maanden lang door een emotionele hel gegaan. Innerlijke rust vinden was heel erg moeilijk, al mijn pogingen ten spijt. Ik heb meer gehuild dan ik in jaren gedaan heb, en minder geslapen of gegeten dan ooit (wie kan er nu eten met buikpijn?!). Ik heb op vele manieren rust proberen te vinden, en toen dat uiteindelijk niet lukte en de pijn te groot werd om te verdragen ben ik, zoals ik in de vorige blogpost schreef, naar een kerk gevlucht. Een kerk die me exact kon bieden wat ik nodig dacht te hebben: mensen rondom mij, sociaal contact, en een badje-God. Ik hoopte dat die onderdompeling me goed zou doen, en ook al leek dat aanvankelijk zo, toch was dat niet zo. Maar wat was er dan precies mis? Ik kon het niet vastpakken... In de vorige blogpost heb ik het nochtans wel geprobeerd. High van dopamine, van spirituele bliss, van 'connect with me and make me whole'. De waarheid werd me pas vandaag geopenbaard, en gaat iets dieper dan ik verwacht had.
Als ik bij mensen ben, dan pas ik me automatisch aan hen aan. Dat is niet iets wat ik bewust doe, maar wel iets waarvan ik me bewust ben. Ik ben dan echt als een kameleon, en ook al wíl ik me niet aan hen aanpassen, toch doe ik dat omdat ik daar compleet machteloos over ben. Het is een oud overlevingsmechanisme dat nog steeds in me zit ingebakken, en dat ik met de beste wil van de wereld niet kan wegredeneren of uitschakelen. Uit angst om niet goed genoeg bevonden te worden zet ik instinctmatig mijn beste beentje voor om door zoveel mogelijk mensen geliefd te zijn. Het maakt niet uit op welke plek ik dan ben, ik zal me meestal zo aanpassen dat ik er effectief in slaag om zoveel mogelijk harten voor me te winnen. Op dat moment schakel ik zonder nadenken mijn eigen gevoelens uit en bestaan die ook effectief niet meer. Het is alsof een ander deel van mijn hersenen het dan van mij overneemt, het deel dat enkel aan (emotioneel) overleven denkt. Dus het is niet zo dat ik mezelf bewúst opzij zet, nee, het gebeurt gewoon, instinctmatig. Andere mogelijkheden zijn dat ik bevries daar waar ik me niet veilig voel (dan zit ik 'gezellig' mee met de anderen aan tafel maar krijg ik geen woord gezegd, omdat de gesprekken en de sfeer rondom mij me bedreigen), of dat ik wil wegvluchten (wat ik soms ook doe). Vechten - de laatste van de primaire angstreacties (vechten, vluchten, bevriezen of vleien) - is iets wat ik meestal niet doe, maar dat is omdat ik een pro ben in het onderdrukken van innerlijke onrust (en dat is op zichzelf natuurlijk ook weer zo'n emotioneel overlevingsmechanisme).
Ik ben trouwens niet de enige die dit doet. Ik denk oprecht dat de meeste mensen dit doen, maar zich hier niet altijd bewust van zijn (net zoals ik dat 36 jaar lang ook niet ben geweest). Andere mogelijke 'kenmerken' zijn overdreven behulpzaam zijn en geen 'nee' kunnen zeggen, altijd voor iedereen willen moederen en zichzelf aan de kant zetten (iets wat door anderen vaak wordt geprezen, trouwens), te snel te close willen zijn met anderen, 'oversharen' (teveel delen, teveel informatie geven), geen gesprek maar enkel monologen kunnen voeren, jezelf overmatig verontschuldigen, de show willen stelen en jezelf in het middelpunt van de belangstelling zetten, een overdreven drukke agenda hebben om niet stil te moeten zitten, altijd 'springerig' en blij zijn, de joviale toffe peer uithangen die door iedereen geliefd is, dichtklappen vanaf dat je een voet uit de deur zet en de wereld in stilte en op jezelf gadeslaan, enz.
Als ik mensen zo'n gedrag zie stellen, dan herken ik me telkens zo ongelooflijk goed in hen! Voor herstel, in mijn actieve verslaving, deed ik de meeste van deze dingen ook. Door het werken van de Stappen en het lezen van het Big Book heb ik geleerd dat angst aan de basis van al dit gedrag ligt. In therapie daarentegen heb ik dan weer geleerd hoe ik mezelf uit onveilige omgevingen kan verwijderen zodat ik dit gedrag niet meer hoéf te stellen. Want de realiteit is dat, áls ik dit gedrag stel, ik verloren loop in mezelf en ik me op de ene of andere manier moet verdoven. Ook hierin ben ik niet uniek: de meesten van ons doen dat. Door nog eens (online) te gaan shoppen, weer een lekker zoet tussendoortje te verorberen, snelsnel de avond vol te plannen met vrienden uit angst voor eenzaamheid, enz. Stilzitten, voelen en de angst toelaten is soms verschrikkelijk eng. Soms zelfs zó eng, zó onoverkomelijk dat we het niet eens durven. Depressie, pijn, wanhoop liggen dan op de loer, en dan is het soms veiliger om door te gaan dan effectief te kijken naar wat er binnen gaande is.
Zo was het bij mij de afgelopen maanden - omwille van ernstig veranderende levensomstandigheden - ook, en ik zou niet weten wat ik zonder mijn geloof in God, mijn gemeenschap en de wekelijkse therapiesessies gedaan zou hebben... Gelukkig zijn zij een deel van mijn veilige basis, van de plek waar ik steeds naar kan terugkeren. Als ik me vandaag leeg, overprikkeld of angstig voel, weet ik wat te doen. Ik geef mezelf de tijd om mijn innerlijke batterij door God te laten opladen. En eens die opgeladen is, dan geniet ik weer van mijn eigen gezelschap, van het leven, en van God. Ik zie het goede in de wereld, en geniet daar dan met volle teugen van. Dan voel ik mij verbonden met mezelf en zit ik weer in mijn lichaam, en niet meer in mijn hoofd. Het is mijn weg naar heling, veiligheid en sereniteit.
Gisteren maakte ik bovenstaande tekening. Ik wist niet waarom ik het wilde tekenen, maar ik voelde instinctief dat het juist was en ik dit moest doen. Later op de dag had ik een diepzinnig en goed gesprek met iemand. Het is iemand waarbij ik me zó veilig voel dat ik helemaal mezelf kan zijn. Ik ben niet bang (!) dat mijn gedrag of woorden haar zullen kwetsen en zij zich emotioneel onveilig zou kunnen voelen, want ik weet dat ze genoeg gegrond en hersteld is om mijn gedrag niet van invloed te laten zijn op haar eigen veiligheid. Ons gesprek ging daar ook over, en ik besefte toen meer dan ooit dat zij de eerste en enige is bij wie ik echt 100% mezelf kan zijn zonder dat er enige overlevingsstrategieën aan te pas komen. Ik hoef niet leuk of tof te zijn, ik hoef niet te pleasen, ik hoef niet picture perfect te zijn. Ik hoef niet eens vriendelijk te zijn. Ik mag zelfs kwaad zijn, huilen, alleen maar zwijgen, of net de kei vlotte uithangen en grappig en tof zijn en alles wat je wil. Ik mag zijn wie ik echt ben, en voelen hoe ik me echt voel. Ik durf bij haar mezelf te zijn, zonder dat er enig spoor van angst te bespeuren is. En dát geeft hoop. Zonder haar zou ik niet eens geloven dat het mogelijk zou zijn om mezelf zo veilig te voelen bij anderen dat ik mijn ware zelf kan zijn. Het is duidelijk dat God haar met een reden in mijn leven heeft geplant. Doordat het bij haar mogelijk is, heb ik er vertrouwen in dat het in de toekomst ook bij anderen zal kunnen. Het is mijn blik in de spiegel, en de wetenschap dat dit nog bange rupsje ooit een vlinder zal worden. Ik heb het in mij. Niet impossible, maar net heel erg possible! (En om toch ook eventjes heel lief naar mezelf toe te zijn: het feit dat ik dit alles besef en inzie toont dat ik al meer vlinder ben dan ik zelf soms denk... Kwestie van ook dat maar eventjes luidop te benoemen!)
Reacties
Reactie plaatsen