Trouwen met een smurf

Gepubliceerd op 22 juli 2026 om 21:57


Het is grote vakantie, en dat betekent dat mijn wekelijkse ritme van mijn zus haar kindjes die bij me zijn helemaal door elkaar is geklutst. Soms zie ik hen een paar weken niet, en soms zie ik hen meermaals per week, net zoals afgelopen week. Vorige week donderdag hebben we met macramédraad een vlecht gemaakt, maar maandag hebben we nog iets veel leukers gedaan: slijm gemaakt!
 


Ze waren de hele namiddag hier en dat gaf ons drietjes genoeg tijd om eerst alle benodigdheden te gaan kopen, om daarna aan het echte werk te beginnen. Om slijm te maken heb je namelijk verschillende dingen nodig: knutsellijm, baking soda, lenzenvloeistof, kleurstof en glitters. Eerst gooi je de knutsellijm in een grote kom, daar voeg je de baking soda aan toe, waar je dan de kleurstof doorheen klutst. Als je de perfecte kleur hebt, dan voeg je lenzenvloeistof en glitters toe, tot het goedje er helemaal uitziet en aanvoelt zoals je wil. 

Het moet gezegd: ook al hebben de kinderen elks hun eigen slijm gemaakt (een groene en een oranje), toch hebben ze bangelijk goed samengewerkt om dit tot een goed einde te brengen. Eerst was mijn neefje aan de beurt, en die wilde een groene slijm hebben. Om groen te maken moet je - uiteraard - de primaire kleuren blauw en geel mengen tot je de gewenste tint groen hebt. Mijn nichtje mocht de blauwe kleurstof in zijn kom doen, en terwijl ze dat deed morste ze een paar druppels op haar vingers. Ze schoot direct in paniek en zei: 'Oh nee, Tata! Gaat dat nog wel van mijn vingers?!!'. Ik antwoordde haar dat dat er nooit meer zal afgaan en ze haar hele leven lang met blauwe vingers zal moeten rondlopen, en als ze ooit zal willen trouwen dat ze dat dan met een smurf zal moeten doen omdat blauwe vrouwen niet met niet-smurfen mogen trouwen. Toen moest ze lachen, en wist ze dat ik maar een grapje maakte toen ik zei dat het nooit meer van haar vingers zou gaan. 


Ik nam het flesje uit haar handen en reikte haar een schotelvod aan, en daarbij zorgde het flesje ervoor dat ook mijn vingers uiteindelijk helemaal blauw zagen. Ik riep uit: 'Oh nee! Nu moet ik ook met een smurf trouwen!'. De reactie van mijn neefje was absoluut goud waard: 'Tata, alsof jíj ooit met iemand gaat trouwen!'. 
Ik: 'Hela hela, gij! Wie zegt er dat ik nooit zal trouwen? Wat als straks de perfecte man hier voorbij komt gelopen die zegt: 'Wauw, die Nathalie is zo tof, zo grappig en leuk, en zo mooi, en daar wil ik echt mee trouwen! Wat dan?!'
Beide kinderen keken me aan met een gezicht dat zei: 'Wie ben jij? Zo kennen wij jou niet! Dat is niet onze Tata, hoor!'
Ik vervolgde: 'Als die man hier komt en hij zegt dat, dan zal ik hem zeggen: 'Dat kan wel goed zijn, maar ik wil geen man, ik ben veel te graag alleen! Ge moogt ineens vertrekken, se!''
De kinderen gingen echt neer, op een manier die zei: 'Hell yeah, DAT is nu eens onze Tata, se!'

Het was een leuk, grappig en onschuldig gesprekje, maar het is bij mij echt blijven hangen. Want wat is er met mij gebeurd dat ik zoiets oprecht kan zeggen en voelen? Herstel, dat is er gebeurd. Mezelf leren kennen, dat is er gebeurd. En zijn wie God wil dat ik ben, dat is ook gebeurd.

Ik heb eigenlijk mijn hele leven in relaties gezeten. Mijn eerste relatie duurde vier jaar en was van mijn dertiende tot mijn zeventiende. Ik was dus nog heel jong. Mijn tweede - en laatste - relatie sloot daarop aan en duurde meer dan twaalf jaar, tot enkele weken voor mijn dertigste verjaardag. Het idee van single te zijn vond ik altijd heel erg angstaanjagend. Als ik alleen ben, zal ik me dan nog geliefd voelen? Zal ik dan weten welke richting ik uit moet met mijn leven en mezelf? Zal ik me niet eenzaam voelen? Het was eigenlijk onmogelijk voor mij om single te zijn, tot ik op een bepaald moment zélf een punt achter de relatie zette. Ik was er klaar mee, en op dat moment had ik er ook behoefte aan om voor heel eventjes single te blijven. Dat ik dat nu, meer dan zes jaar later, nog steeds zou zijn had ik nooit durven vermoeden. En dat ik dat met heel veel plezier zou zijn, al helemaal niet!

Met de kinderen vervolgde ik het gesprek: 'Stel je voor dat hier een man zou rondlopen! Dan zou die mee in de zetel willen zitten, terwijl de helft van de zetel vol ligt met borduur- en haakspullen! No way dat ik die opzij zou leggen. Misschien moet ik voor hem dan maar een tweede zetel kopen, kan ie daar lekker alleen gaan inzitten'. De kinderen deden bijna in hun broek van het lachen, dat kan ik je verzekeren. Maar in mijn gezwans zat wel een echte waarheid: ik ben mezelf meer aan het ontdekken dan ik ooit in mijn leven heb gedaan. Vooral door veel te borduren, maar ook door elke dag een beetje te haken en soms ook eens te schilderen. Door me elke dag te focussen op mijn relatie met God, en tijd met Hem door te brengen. Enkele dagen geleden zei ik het nog tegen iemand: ik woon niet alleen, ik woon samen met God. Hij is hier elke dag, de hele dag door. Samen zitten we in de zetel, doen we de afwas, de strijk, de was en de plas, en ondertussen babbelen we. Tweerichtingsverkeer. Stel je maar eens voor dat hier nog een derde zou rondlopen, zou ik dan wel zoveel kunnen bidden? Zoveel tot rust kunnen komen en mezelf kunnen ontplooien? Misschien wel, misschien niet. 

Ik weet niet wat morgen Gods wil voor mij zal zijn, maar voor vandaag is het overduidelijk dat het het single leven is. Als het morgen zou veranderen dan zal ik daar wel voor openstaan, maar dat zie ik op dit moment nog niet gebeuren. Ik geniet hier veel te veel van. En stiekem vind ik het ook geweldig dat de kinderen mij ook zo zien: als hun tante die gelukkig en goed gegrond single is, en dat ze daarmee leren dat iedereen zijn eigen unieke pad mag bewandelen, en dat het goed is zo. Top!