Door de voorruit kijken

Gepubliceerd op 5 juli 2026 om 12:33


Vorige week, tijdens de extreme hittegolf die onder meer ons patattenlandje teisterde, was ik op een gegeven moment gaan schuilen in een shoppingcenter. In dat shoppingcenter stonden er veel auto's. Niet enkel buiten op de parking, maar ook binnen. Die auto's waren bedoeld om te verkopen, en als kuierende shoppende mens kon je dus die deuren opentrekken, er eens in gaan zitten, enz. Het viel mij op hoe waanzinnig veel mensen dat deden. Wat is er nu aantrekkelijk aan een metalen blik met een motor in? Zelf geef ik geen zier om auto's en hebben ze geen enkele aantrekkingskracht op mij. Ze zijn misschien niet onhandig als vervoersmiddel, maar verder doen ze me dus niets. Behalve - en hier komt ie! - als het op autometaforen aankomt. Want jawel, behalve op slogans en acroniemen, zijn twaalfstappers doorgaans ook gek op metaforen. Daar ben ik zeker geen uitzondering op. Zélfs de autometaforen, hola pola! 

Er zijn er alvast twee die ik regelmatig hoor en vaak gebruik in mijn eigen herstel. Hier komen ze...


"Een auto heeft twee pedalen: de gas en de rem. Dat heeft een reden, want beiden heb je nodig."

Een allereerste kanttekening is uiteraard dat het vooral Amerikanen zijn die bovenstaande uitdrukking gebruiken, omdat zij in automatische auto's rijden (wat wij hier 'nen automatique' noemen). Die hebben inderdaad maar twee pedalen, terwijl de meeste auto's bij ons er natuurlijk drie hebben, omdat de koppeling er nog bij komt. Maar goed, het punt is: elke auto heeft een gaspedaal en een rempedaal, en beiden zijn super, super, super belangrijk.

Voor herstel had ik zelf ook twee pedalen, maar ik gebruikte er maar eentje: de gas. Ik knalde constant rond, rende van hot naar her, en dacht constant dat het ergens anders beter zou zijn. Het idee dat ik nu een beetje (of heel erg) ongelukkig ben, maar ik gelukkiger zou zijn als ik naar dat cafeetje zou gaan, dat feestje zou meedoen, met die ene vriend of vriendin zou afspreken, ... Onrust overheerste, en ik dacht het te stillen door meer onrust in mijn leven te brengen. Dat werkt niet, hé. Mijn gaspedaal was constant ingedrukt en uiteindelijk is mijn auto ook gewoon kei hard gecrasht! Mijn lijf gaf het op, en ook mijn ziel was uitgemergeld en uitgeput. Uiteindelijk lag ik maar gewoon op mijn bed te huilen, hopende dat ik ter plekke zou sterven. De tranen liepen van mijn wangen op mijn hoofdkussen, en ik had geen kracht meer in mij om op te staan en aan de dag te beginnen. Gewoon me aankleden en mijn tanden poetsen was een onmogelijke taak om uit te voeren, en dus lag ik daar maar in die donkere kamer te wachten op een dood die niet kwam. Of jawel, ze kwam wel: mijn ziel was far gone, die was al morsdood, maar mijn lijf wilde niet volgen. Godzijdank, zo zie ik nu. God-zij-dank. Het leven had nog zoveel meer te bieden, maar dat wist ik toen nog niet.

Nadat ik jarenlang gas had gegeven en ik perte total was, werd ik opgenomen op de PAAZ. En daarna nog eens. En daarna een jaar lang ambulant in een psychiatrisch ziekenhuis. En daarna ben ik terug proberen te gaan werken en weer gecrasht. En toen ben ik arbeidsongeschikt verklaard. Dat laatste gebeurde zo'n vier jaar geleden, en sindsdien ben ik veel meer in lijn met mijn innerlijke zelf kunnen beginnen leven. Gas geven én remmen wanneer God het me vraagt, wanneer mijn lichaam en ziel het me vertellen. Die hoeven niet meer te schreeuwen, zoals vroeger. Fluisteren is vandaag genoeg, en ik luister naar hen. Ik geef gas wanneer het juist is, en rem weer af wanneer de situatie erom vraagt. Balans tussen de twee blijkt cruciaal te zijn. Enkel gasgeven en dan compleet crashen, is niet juist. Want ook dat crashen - wat een gedwongen remmen is -  kan emotioneel, spiritueel en mentaal erg ontwrichtend zijn. De gewone dagelijkse opbouwende zaken kunnen dan niet gebeuren: voor mezelf zorgen, gezond koken, mijn appartement poetsen, me gelukkig en vredig voelen, me verbonden weten met God en anderen. Enkel remmen is dus niet goed, maar enkel gas geven is dat ook niet. Balans, dus. Een auto heeft inderdaad twee (of drie) pedalen met een reden. 

"Er is een reden dat de achteruitkijkspiegel van een auto zo klein is en de voorruit zo groot. Focus op wat voor je ligt, wat er komen gaat, en niet op wat achter je ligt."

Dit vind ik een goede metafoor, en eentje waar ik zelf aandachtiger voor zou kunnen zijn in mijn leven. In de stilte, in de lege momenten waarop mijn geest met me aan de haal gaat, duik ik nog te vaak in de pijn van het verleden. Ik focus op dingen die me zijn overkomen, die me pijn deden, en die me ontwricht hebben. Ik probeer dan te analyseren waarom dat gebeurd is en wat het effect op mijn huidige leven daarvan is. Als ik daarin duik, dan voel ik vanbinnen duisternis, pijn, leed en verdriet. Het doet me nooit goed. Het is waar, wat ze zeggen: de voorruit van een auto is veel groter dan de achteruitkijkspiegel, dus kunnen we beter focussen op wat vóór ons ligt dan op wat achter ons ligt. Toch denk ik dat we het verleden niet helemaal mogen negeren. Heb je al eens proberen autorijden zónder achteruitkijkspiegel en/of zijspiegels (die uiteindelijk ook dienen om te kijken wat er links- of rechtsachter je gebeurt)? Dat is levensgevaarlijk! Dan knal je uiteindelijk ook maar naar voren, zonder indachtig te zijn op de hele omgeving. Ik denk dat het met herstel ook zo is: potjes toedekken en onze ogen sluiten, dat werkt gewoonweg niet. Het is als het onderduwen van een ballon onder water. Uiteindelijk springt die ballon toch weer naar boven, en ben je weer bij af. Pijn en geslagen wonden dienen geheeld te worden, en om dat te kunnen moeten ze licht en ruimte krijgen. Maar: in beperkte mate. Niet 24/7. Vooruit kijken, door die grote voorruit, werkt beter. Glimmers zijn daar natuurlijk een goede tool voor


Gisteren was ik gevraagd om te spreken in een voor mij nog onbekende Amerikaanse meeting. Er werd me gevraagd om te delen volgens het gekende twaalfstappenformat: Hoe het was (voor herstel), wat er gebeurde (wat ons in herstel heeft gebracht), en hoe het nu is. Wel, ik doe dat niet graag, want dan moet je delen over de pijn van de verslaving en die traumatische herinneringen opnieuw herbeleven. Ik deel veel liever over een hersteltopic, zoals op deze blog: wat zijn tools die mij vandáág helpen, die mij nú sterker maken in herstel? Op die manier kan ik wegblijven van de pijn. Toch was het goed dat ik het nog eens kon vertellen. Het deed mij pijn en verdriet, maar het was wel een manier om te tonen waar God me uit heeft geleid, en hoe belonend veel en hard werken aan herstel wel kan zijn. 

Op een bepaald moment zei ik dat, als ik alles wat me tussen mijn 25ste en mijn 30ste (dus tussen 2015 en 2020) overkomen is, in een boek zou neerschrijven, het een bestseller zou worden. Wellicht een sensatiebeluste verkoop en bestseller, maar wel een bestseller. Ik zei dat ik dat niet wil neerschrijven, maar wel een boek over herstel zou willen schrijven, net zoals ik met deze blog doe. Hiervoor kreeg ik veel steun: 'Schrijf dat boek! Doen!!'. Dit is niet de eerste keer, mensen hebben dat nog al - soms heel erg enthousiast - gezegd. En dat, dát is 'mijn voorruit'. Ik heb iets om naar uit te kijken, iets om voor te leven, iets om op te hopen. Ik wil een boek schrijven. Dat wil ik al jaren, en daarvoor bid ik ook al jaren. En al die tijd hoor ik God zeggen: 'Dat komt wel. Vertrouw maar op Mij. Maar alles op z'n tijd, nu nog niet'. En terwijl ik een jaar geleden vaak bad om schrijfopportuniteiten en ze niet voldoende kwamen (af en toe eens voor enkele spirituele en religieuze tijdschriften, dat wel), gaf Hij me eind december deze blog. Dat was niet mijn idee, en ook niets waarover ik op voorhand had nagedacht, maar het was er plots wel. En het was juist. Op elk moment, in elke fase van de blog tot dusver, klópte het gewoonweg. 

Gisteren kreeg ik een mailtje dat Making Lemonade haar 1000ste bezoeker heeft mogen verwelkomen. Duizend! Ik vind dat echt super zot (dankjewel allemaal!). Ik wéét dat dit Gods werk is. En dat boek, daar is het nog steeds te vroeg voor. Maar ooit zal het komen, dat weet ik wel. Wanneer, waar en hoe, weet Hij alleen. Maar komen zal het. En ondertussen wacht ik op Hem, blijf ik hier verder schrijven en bouwen aan mijn eigen herstel. Door door de voorruit te kijken, en af en toe - vooral in therapie, en niet te vaak in mijn eigen stiltetijd - ook eens in de achteruitkijkspiegel te kijken.